Al boven door het vensterken
Lied
Tekst: Onbekend
Melodie: Arthur Van Zulte
- Al boven door het vensterken
Daar lag een meisken fijn.
Stil weg kwam daar een mulder aan:
“Zeg meisken, wilt gij mij?”
- “O, gij mulder wit bemeeld,
Gij die iedereen besteelt,
Gij zult mijne man niet zijn,
Mijne man zult gij niet zijn”.
Bom! Bom!
- Al boven door het vensterken
Daar lag een meisken fijn.
Daarna kwam daar een slachter aan:
“Zeg meisken, wilt gij mij?”
- “O, gij slachter rood van bloed,
Gij die alle moorden doet,
Gij zult...
- Al boven door het vensterken
Daar lag een meisken fijn
En nu kwam daar een smid gegaan:
“Zeg meisken, wilt hij mij?”
- “O, gij smid met uw zwart vel,
Ga naar huis, wast u eerst wel,
Gij zult...
- Al boven door het vensterken
Daar lag een meisken fijn.
En fier kwam daar een studax aan:
“Zeg meisken, wilt gij mij?”
- “Studax lief, met veel plezier,
Kom maar binnen, rap langs hier.
Gij zult wel de mijne zijn.
De mijne zult gij zijn”.
Bom! Bom!
Aanvullende info
Een meisje dat het hof gemaakt wordt door leden van verschillende ambachten, maar hen afwijst tot haar favoriete ambacht aan de beurt komt, was een thema dat reeds in vele middeleeuwse liederen aan bod kwam.
In de verschillende liederen die dit thema behandelen is er vaak een ander beroep dat de voorkeur geniet. In de Brabantse Kempen was vooral de timmerman populair, in de kustgebieden daarentegen waren de matrozen favoriet. In Friesland beschouwde men een kruidenier als ideale echtgenoot. Verder mogen ook de kamenier, de kannonier, de bleker, de schrijver en de zanger zich vaak gelukkig prijzen.
In de versie uit de Studentencodex is het uiteraard de studax, een student die het hart van het meisje verovert.
Opnames
Bronnen
- Goeyse, Edmond de, O Vrij-Studentenheerlijkheid, Historisch-studentikoze schetsen, Universitaire Pers Leuven, Belgium, Leuven, 1987.