Als de kerels te gare zijn

Uit Academia Studentica Wiki - nl
Naar navigatie springenNaar zoeken springen


Als de kerels te gare zijn.jpg
Als de kerels te gare zijn (Partiturencodex KVHV, 1965).jpg

Lied

Tekst: Albrecht Rodenbach
Melodie: uit Engeland

  1. Als de Kerels te gare zijn,
    Doedle bomle rom dom dom,
    Wat liedje moet er gezongen zijn?
    Doedle rom dom dom!
    ’t Kerelslied, ’t kerelslied,
    Doedle bomle rom dom dom,
    ’t Kerelslied, ’t kerelslied,
    Doedle rom dom dom.

  2. Zij renden met zessen langs de baan,
    Zij hadden stalen kleren aan.
    Isegrims, Isegrims.

  3. Zij hadden waaiend’ helmen aan,
    Zij renden zingend langs de baan.
    Wat zongen zij?

  4. Van edele ridders en heren groot,
    Van nijdige kerels en galgedood.
    Isegrims, Isegrims.

  5. De kerels kennen een schon’ren zang,
    De zang der kerels en is niet lang,
    Maar zegt veel.

  6. Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
    Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
    Storm op zee!

  7. En als de kerel aan ’t zingen valt,
    Zijn liedje vromer als de andere schalt:
    Storm op zee!

Aanvullende info

Met “kerels” werden in het Middelnederlands (1200-1450) rondtrekkende roversbenden bedoeld. Hendrik Conscience maakte ze in zijn De Kerels van Vlaanderen (1871) tot symbool van het verzet van de Vlaamse gemeenten tegen de verfranste leenadel. In navolging daarvan zal Albrecht Rodenbach (1856-1880) het Kerels-motief in verschillende gedichten en liederen verwerken als voorbeeld van het Vlaamse verzet tegen de Belgische verfransing.

Bronnen