Gent
Gent is een stad in het Vlaams gewest, België, het is de hoofdstad van de provincie Oost-Vlaanderen.
Geschiedenis als studentenstad
De stad heeft een lange en rijke geschiedenis die terug gaat tot voor de middeleeuwen.
Dit artikel zal zich echter focussen op de geschiedenis van Gent als studentenstad.
Deze teksten werden grosso modo overgenomen van de website https://www.ugentmemorie.be, die een groot overzicht van de geschiedenis van de Ugent en het Gentse studentenlandschap aanbiedt.
Oprichting universiteit
Vanaf 1816 werden onder impuls van Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, in de zuidelijke Nederlanden 3 universiteiten opgericht: in Gent, Leuven en Luik. dit naar analogie met de noord-Nederlandse universiteiten, doch met een verschillend reglement.
De feestelijke openingsplechtigheid van de Gentse universiteit vindt plaats op 9 oktober 1817 in de troonzaal van het Gentse stadhuis.Een maand later, op 3 november 1817, starten de eerste colleges.
Het Gentse stadsbestuur stelt verschillende gebouwen ter beschikking van de universiteit: het Pakhuis (Geneeskunde), het jezuïetenklooster (Letteren en Wijsbegeerte), de Baudeloobibliotheek (Rechten) en de Sint-Elooiskapel (Wetenschappen en Anatomie). Het klinisch onderwijs wordt ondergebracht in het burgerlijk gasthuis de Bijloke.
De voertaal aan de universiteit is Latijn. Dat is een compromisoplossing: de zuidelijke Nederlanders zijn het Nederlands niet machtig en Willem I voelt er niets voor om de gerichtheid op Frankrijk te stimuleren door het Frans als voertaal te installeren. In 1818 wordt de taalkeuze vastgelegd in een wet: enige uitzonderingen op het Latijn worden toegestaan in de cursussen Nederlandse en Franse literatuurstudie, rechtspraktijk en economie.
Belgische Omwenteling
De Hollandse periode zal duren tot de Belgische Revolutie in 1830, waarna het Voorlopig Bewind een aantal maatregelen die het universitair onderwijs volledig reorganiseren. Het Frans vervangt het Latijn als voertaal, de buitenlandse hoogleraren krijgen hun ontslag en de Gentse Universiteit verliest twee faculteiten: de Letteren en de Wetenschappen.
De universiteit reageert onmiddellijk met de oprichting van vrije faculteiten, waar aspirant-kandidaten de mogelijkheid hebben kosteloos en ad privatum les te volgen bij de professoren. In 1831 worden deze faculteiten officieel erkend, maar het duurt tot 1835 vooraleer ze opnieuw officieel toegevoegd worden aan de universiteit.
Op 27 september 1835 wordt de eerste Belgische organieke wet op het hoger onderwijs goedgekeurd. Gent en Luik behouden hun rijksuniversiteit en Leuven werd opnieuw een vrije, katholieke universiteit.
De Gentse universiteit krijgt haar vier oorspronkele faculteiten terug.
De universiteiten verliezen door de reorganisatie een deel van hun autonomie. Ze worden onder een strikter toezicht geplaatst en krijgen welomlijnde studieprogramma's opgelegd. Het is de universiteiten niet langer toegestaan academische graden uit te reiken en studenten moeten hun examen afleggen voor een centrale jury.
Ook op bestuurlijk vlak versterkt de overheid haar macht op de universiteit. Het college van curatoren wordt afgeschaft en bevoegdheid wordt grotendeels overgeheveld naar een beheerder-inspecteur die voortaan over de toepassing van de wet en de materiële eigendommen van de universiteit waakt. De senatus academicus uit de Nederlandse tijd wordt vervangen door een academieraad samengesteld uit de rector en het voltallige hooglerarenkorps.
De regering benoemd voortaan de rector uit de door de academieraad aangestelde kandidaten, professoren worden bij koninklijk besluit aangesteld.
Het hooglerarenkorps breidt in 1835 aanzienlijk uit van 16 naar 32 professoren, waaronder Joseph Plateau en Jozef Guislain. Twee vooraanstaande geleerden die de faam van de Gentse universiteit tot ver buiten de landgrenzen zullen uitdragen.
Over de officiële taal van de universiteiten heeft niemand bezwaar: voortaan wordt er Frans geschreven, gesproken en gedoceerd.
De eerste studentenverenigingen
Het Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan is de oudste nog actieve studentenvereniging van de Gentse universiteit. Gesticht in 1852 door enkele atheneumleerlingen als de Heremans’ Zonen, maakt ze samen met de initiatiefnemers de overstap naar de universiteit in 1854. De oorspronkelijk Vlaamsgezinde acties krijgen geleidelijk een politiek liberaal en vrijzinnig karakter.
't Zal Wel Gaan is momenteel wel de oudste, maar was niet de eerste studentenvereniging aan de Gentse universiteit. De oudste studentenvereniging die in de archieven opduikt, dateert uit 1823 maar heeft slechts enkele jaren stand gehouden. Een paar jaar later, in 1829, duikt de Lyre Académique op, een culturele vereniging die geregeld concerten organiseert ten voordele van de Gentse behoeftigen. De in 1833 opgerichte Société des Etudiants is aanvankelijk een vriendenkring maar zal in de jaren 1850 eveneens een cultureel programma brengen ten voordele van de armen.
2de helft 19de eeuw
In 1854 wordt voor het eerst sinds de Belgische Omwenteling een facultatieve cursus Nederlandse Letterkunde gedoceerd in Gent. Het is de nieuwe studentenvereniging 't Zal Wel Gaan die een jaar eerder bij rector Lefebvre aandrong op de inrichting van de ‘Cours de Littérature Flamande’. Omdat ze bij hem bot vingen, richtten honderd studenten een verzoekschrift aan minister van Binnenlandse Zaken Ferdinand Piercot. Enkele maanden en parlementaire interventies later, stemt de regering in.
De wet-Delcour van 20 mei 1876 is een mijlpaal in de verwetenschappelijking van de Belgische universiteiten. Ze bepaalt dat universiteiten voortaan zelf examens mogen afnemen en graden toekennen. Het fel gecontesteerde centrale examensysteem dat was ingevoerd in 1835 wordt afgeschaft. Studenten worden vanaf nu geëxamineerd door hun eigen docent die originele accenten kan leggen in zijn lessen.
Schooloorlog
De onderwijswetten van minister Van Humbeeck van 1879 en 1881 bevorderen het officieel onderwijs ten nadele van het katholieke of ‘vrije’ onderwijs. De katholieken ervaren de wetten op het lager en middelbaar onderwijs als een oorlogsverklaring en in de daaropvolgende strijd ‘voor de ziel van het kind’ schakelen ze al hun instellingen, verenigingen en pers in. De Schoolstrijd zal duren tot de liberale verkiezingsnederlaag in 1884.
De studenten en professoren van de Gentse rijksuniversiteit worden meegezogen in het strijdgewoel van de Schooloorlog. (Een heftig voorsmaakje van de Schoolstrijd vond hier trouwens in 1856 al plaats met de zaak-Brasseur.) Net als de rest van de samenleving moeten ze partij kiezen en campagne voeren.
De levensbeschouwelijke wapens worden in de Gentse universiteit opgenomen door de ‘Gé Libérale’ en ‘Gé Catholique’. De eerste, voluit de Société Générale des Etudiants Libéraux, werd opgericht in 1875 ten tijde van de katholieke regering. De Gé Catholique, of Société Générale des Etudiants Catholiques, ziet vier jaar later het levenslicht als direct gevolg van de onderwijspolitiek van Van Humbeeck. In de loop van de volgende decennia zullen zich verschillende andere katholiek georiënteerde verenigingen bij de Gé Catholique aansluiten, zoals de Vlaamsgezinde Rodenbachsvrienden en de francofiele Cercle catholique des Etudantiants wallons.
Katholieke vergaderplaats is vanaf 1882 clubhuis Chapeau Rouge. De Gé Catholique brengt vanaf 1902 een eigen studentenalmanak uit als tegengewicht voor de almanakken van de Gé Libérale en 't Zal Wel Gaan. In diezelfde periode haalt de Gé Catholique het ledenaantal van de liberalen in. Aan de levensbeschouwelijke tegenstellingen tussen de studenten zal pas een einde komen als de communautaire het overnemen. De strijd om de vernederlandsing van de Gentse universiteit zal aan het begin van de twintigste eeuw een godsvrede bewerkstelligen tussen beide 'Gé's' in hun gezamenlijke strijd tegen de Vlaamse studenten.
Eind 19de eeuw
Op 6 december 1882 schrijft Sidonie Verhelst zich als eerste vrouwelijke student in aan de Gentse Universiteit. De Gentse kruideniersdochter en onderwijzeres schrijft zich in voor studies in de Natuurwetenschappen. Hoewel ze de tweede kandidatuur met onderscheiding beëindigt, verlaat ze de universiteit zodat de Brusselse onderwijzeres Emma Leclercq in 1885 als eerste vrouw in Gent afstudeert. De opleiding Natuurwetenschappen-Farmacie blijft de volgende jaren de voorkeur genieten van de meisjesstudenten. De eerste vrouwelijke studenten aan de universiteit zorgen voor heel wat commotie. Sidonie Verhelst wordt belaagd door een mannelijke collega en de kwestie belandt op de academieraadzitting. Haar inschrijving veroorzaakt in de faculteit Geneeskunde bovendien een felle discussie over de ‘fysieke geschiktheid’ van vrouwen om het artsenberoep uit te oefenen. Hoewel ze niet afstudeert, zal Sidonie Verhelst omwille van haar pioniersrol een straatnaam naar zich vernoemd krijgen in Gentbrugge.
De wetten van 10 april 1890 en 3 juli 1891 hervormen de organisatie van het hoger onderwijs. De regering wil naar buitenlands voorbeeld het wetenschappelijk niveau van de faculteiten verhogen en de studierichtingen verder specialiseren.
Voortaan is het diploma van de klassieke humaniora de enige toegangsvoorwaarde voor de universiteit. Een neveneffect van de wet is dat het voor vrouwen (opnieuw) bijzonder moeilijker wordt universitaire studies te volgen. Er bestaat immers nog geen volwaardige middelbare opleiding voor meisjes.
De wetten hebben vooral een impact op faculteiten Letteren en Wetenschappen. Die worden gesplitst in verschillende secties (geschiedenis, wijsbegeerte, klassieke, romaanse en germaanse filologie) met eigen programma’s, er wordt gezorgd voor een betere wetenschappelijke opleiding van de studenten, de dissertatie wordt (opnieuw) ingevoerd, de toelatingsvoorwaarden voor universitair onderwijs worden strikter en de lerarenopleiding wordt toevertrouwd aan de faculteiten.
De Gentse liberale hoogleraren Julius Mac Leod, Paul Fredericq, Jozef Vercoullie en Maurits Basse stichten in 1892 Hoger Onderwijs voor het Volk (HOV). Via openbare cursussen wil HOV wetenschap verspreiden onder het volk, analoog aan de Engelse ‘University Extensions’. HOV zal als de volkshogeschool van de UGent met wisselend succes publieke lessenreeksen blijven organiseren tot in 1972. In 1976 krijgt het een vervanger in de vorm van de Wetenschappelijke Nascholing.
HOV is een uitbreiding en institutionalisering van het initiatief van Mac Leod en zijn assistent Gustave Staes vier jaar eerder om een lessenreeks plantkunde aan te bieden aan de Gentenaars. HOV wordt opgericht naar het voorbeeld van de University Extensions in Groot Britannië. Na HOV in Gent volgen er nog negen andere 'hogeschooluitbreidingen' die elk cursussen en voordrachten over wetenschap aanbieden aan het volk. Ze zijn duidelijk ideologisch geïnspireerd. Het initiatief in Gent en ook in Brussel is liberaal en vrijzinnig, Luik en Antwerpen kent confessionele initiatieven. De Belgische hogeschooluitbreidingen zijn niet officieel ingebed in de universiteiten hoewel die wel lokalen en soms toelagen ter beschikking. De lesgevers zijn haast allen professoren en (oud-)studenten.
Belangrijk is dat de openbare cursussen worden gedoceerd in het Nederlands. In een tijd dat sceptici beweren dat wetenschapsbeoefening in het Nederlands niet mogelijk is, is HOV een belangrijk instrument in de Vlaamse taal- en cultuurstrijd.
Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan ondervraagt in 1896 vooraanstaande figuren – waaronder Julius Mac Leod en Paul Fredericq – over de Vlaamse universiteit. Slechts enkele van de zeventien geleerden die op die vraag antwoorden, wijzen hoger onderwijs in de moedertaal radicaal af, maar er is absoluut geen eensgezindheid over de manier waarop de Vlaamse universiteit moet verwezenlijkt worden.
Bertha De Vriese promoveert in 1900 als eerste vrouw aan de Gentse universiteit tot doctor in de geneeskunde met grootste onderscheiding. Een jaar later spreekt ze als eerste vrouwelijke winnaar van de interuniversitaire wedstrijd, ook namens haar medelaureaten, het dankwoord uit op de openingsplechtigheid van de universiteit. Zo is ze ook de eerste vrouw die het woord neemt in de Aula.
Drie kraaiende hanen
‘Dames en heren, wij zijn de drie kraaiende hanen die ons volk wakker zullen maken.’ Met deze verklaring op 8 oktober 1910 staan de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck op als de eensgezinde politieke strijders voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De Vlaamsgezinde volksvertegenwoordigers gaan samen op kruistocht langs Vlaamse steden en gemeenten om hun taaleisen kracht bij te zetten. Driehonderdtwintig meetings later hebben ze een monsterpetitionnement verzameld met 100.000 handtekeningen en de steunbetuiging van 500 gemeentebesturen.
De Vlamingen en hun drie woordvoerders botsen op taaie weerstand van de verfranste elite in Vlaanderen, de Brusselse burgerij en het episcopaat, die zich alle bedreigd voelen door de Vlaamse taaleisen. Het Franstalige verzet verenigt zich in de Union pour la défense de la langue française à l'université de Gand. Verschillende hoogleraren worden ingeschakeld in het bestuur van de Union en treden op als spreker tijdens vergaderingen en meetings tegen de vernederlandsing. De Fransgezinde studenten richten in december 1910 de Ligue des etudiants contre la Flamandisation de l'Université de Gand op. Aan Waalse kant reageert Jules Destrée op de roep van de drie kraaiende hanen. Op Kerstdag 1910 laat Jules Destrée in de Journal de Charleroi het volgende optekenen: ‘drie collega’s dreigen ermee elke niet-Vlaamsgezinde regering omver te werpen. Welaan volksvertgenwoordigers van Charleroi en Bergen, wij zijn vastbesloten om op onze beurt elke regering omver te werpen die aan Vlaamsgezind gekonkel zou gehoorzamen. We zijn die overdreven aanspraken beu.’
Op 24 maart 1911 leggen de drie kraaiende hanen een wetsvoorstel neer dat de geleidelijke invoering van het Nederlands aan de Gentse universiteit plant vanaf 1916-1917. Voor de hoogleraren die niet in het Nederlands wensen te doceren, zou een Nederlandstalige titularis benoemd worden. Franstalige docenten zouden bij hun overlijden niet vervangen worden. Vertragingsmanoeuvers en de Eerste Wereldoorlog verhinderen dat het wetsvoorstel door de Kamer behandeld wordt en het activisme zal de kwestie na de oorlog een tijdlang onbespreekbaar maken. Hoewel ze dus geen concrete politieke resultaten boeken, zullen Huysmans en Van Cauwelaert in 1956 – bij de vijfentwintigste verjaardag van de vernederlandsing – door de UGent geëerd worden met een eredoctoraat. Louis Franck is dan al overleden.
1ste Wereldoorlog
De Duitsers bezetten Gent op 12 oktober 1914. In de verwarring van de eerste oorlogsmaanden kan de traditionele opening van het academiejaar van oktober 1914 niet doorgaan, hoewel het wel de bedoeling is de universiteit open te houden. Heel wat studenten, zelfs als ze zich aan het front bevinden, dringen erop aan hun studies te kunnen voortzetten. De meeste professoren zijn in Gent gebleven, klaar om les te geven, terwijl ook de bevoegde minister voorstander is. Maar naarmate de oorlog vordert, meer universiteitsgebouwen en laboratoria opgeëist worden en vooral de waanzin van de oorlog duidelijker werd, keert het tij.
Heel wat flaminganten leren de driekleur in het licht van de oorlog opnieuw waarderen. De ‘passieven’ of passivisten zijn de flaminganten die hun gehechtheid aan het vaderland in nood boven hun Vlaamsgezindheid stellen. Zij behoren in het algemeen tot een oudere generatie, die sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw ijvert voor de erkenning van het Nederlands in bestuur, onderwijs en gerecht. Ze hebben enkele successen geboekt, maar een van hun belangrijkste doelstellingen, de invoering van Nederlandstalig hoger onderwijs, is aan de vooravond van de oorlog gestrand in de politieke mallemolen. Met een gewiekste Flamenpolitik wakkert de Duitse bezetter de verdeeldheid binnen de Vlaamse Beweging verder aan, tussen zij die vasthouden aan het vaderland in nood en een groep radicalen die de uitgestoken hand van de bezetter wil aanvaarden om haar Vlaamse eisen te realiseren: de activisten.
Tijdens de vakantie van 1915 klinkt het gerucht van een Vlaamse universiteit steeds luider. De Belgische regering in Le Havre dreigt ermee de universiteit niet te erkennen. Ook de professoren stemmen tegen een heropening. In een memorabele bijeenkomst in het fysicalaboratorium van het Instituut voor de Wetenschappen, die van tien uur ’s morgens tot vijf uur ’s avonds duurt, wordt uiteindelijk bepleit om de universiteit gedurende de duur van de bezetting gesloten te houden. Het morele appel van de studenten onder de wapens geeft de doorslag: ik zou later niet voor hen willen verschijnen, het schaamrood op de wangen hier gedoceerd te hebben, terwijl zij aan het front hun leven riskeerden, spreekt Fredericq in woorden die beroemd zullen worden.
Op dat ogenblik neemt de Duitse bezetter het besluit om, mede op vraag van de activistische kernen, de Gentse universiteit zelf te heropenen, maar met het Nederlands als onderwijstaal. De bezetter doet er alles aan om dit conform de juridische en wettelijke kaders rechtsgeldig te laten verlopen en als een legitieme Vlaamse (en geen Duitse) realisatie voor te stellen.
Het dilemma waarvoor de Duitsers de Vlaamse Beweging plaatst, is ongelooflijk groot. Kan een rechtmatig voorgestelde eis voor Nederlandstalig hoger onderwijs, waarvoor generaties flaminganten hebben gestreden en die ei zo na in vredestijd gerealiseerd was, uit handen van de bezetter aanvaard worden?
Het applaus van de activisten klinkt luid: eindelijk hoger onderwijs in eigen taal en een mijlpaal voor de strijd naar Vlaamse zelfstandigheid. Maar ook het verzet onder leiding van professoren Henri Pirenne en Paul Fredericq blijft krachtig. Slechts acht professoren achten zich in staat te doceren in het Nederlands. Het protest creëert organisatorische problemen voor de Vlaamse Hogeschool: wie zal al die lessen in het Nederlands geven? De Duitse bezetter ziet het verzet liefst onthoofd. Op 18 maart 1916 worden de twee subversieve historici gedeporteerd naar Duitsland. De protesten tegen de deportatie aan buitenlandese universiteiten, van het Vaticaan en de Amerikaanse president Woodrow Wilson, zijn tevergeefs. Na de oorlog, bij hun terugkeer uit ballingschap, zullen Pirenne en Fredericq geëerd worden als nationale helden en gekroond worden tot emblemen van het brave little Belgium. Het verzet is niet helemaal gebroken. De deportatie en de medewerking door de activisten stuit op groot protest van de publieke opinie en de weigerende professoren. Dit is landverraad. De activistische professoren moeten het ontgelden.
Maar Freiherr von Bissing gaat onverstoord verder. Drie dagen voor de deportatie heeft hij het Koninklijk Besluit van 1849 gewijzigd. Nederlands is nu de officiële onderwijstaal aan de Gentse universiteit, het academiejaar 1916-1917 kan worden voorbereid. Prioritair is de uitbouw van het eerste kandidatuurjaar. Voor andere studiejaren waren er immers amper studenten: de vooroorlogse studenten streden aan het front of studeerden in het buitenland.
Op 24 oktober 1916 opent de Vlaamse Hogeschool, spoedig omgedoopt tot de Von Bissinguniversiteit. Slechts zeven hoogleraren van de oude Franstalige universiteit maken de overstap. Een zestigtal studenten, in de loop van het jaar aangroeiend tot 140, heeft de moed zich in te schrijven.
Kort na de opening van de Vlaamse Hogeschool 24 oktober 1916, gaan de studenten over tot de oprichting van hun eigen studentenvereniging. De oud-studenten van de Leuvense universiteit komen als eerste samen en pleiten voor een Algemeen Vlaams Studentenverbond als overkoepeling van streekclubs en gouwgilden. Ze krijgen concurrentie van een tweede groep die van mening is dat een nieuwe universiteit een nieuwe, Nederlandse identiteit dient te krijgen, gericht op de Nederlandse studentencorpora en de faculteiten. Een klein gezelschap van voornamelijk flamingante studenten en politieke dissidenten onder leiding van de pro-Duitse dominee Domela Nieuwenhuis Nyegaard geeft enkele dagen na de opening vorm aan de nieuwe koepelorganisatie: het Gentsch Studentencorps "HOU ende TROU".
Het derde academiejaar 1918-1919 gaat van start op 15 oktober met iets meer dan 150 studenten. Maar de facto is het liedje voorbij. De meeste studenten en professoren van de Vlaamse Hogeschool vluchten de dagen voor de bevrijding op 11 november richting Duitsland en Nederland. De repressie is hard voor activisten.
Het Duitse leger ontruimt Gent in de nacht van 10 op 11 november 1918 en dat betekent het einde van de Vlaamse Hogeschool. De volgende dag vinden een reeks incidenten plaats, gericht tegen alles wat Duits of activistisch was. Ruiten worden ingeslagen en gevels beklad. Een twintigtal woningen van activisten wordt verwoest. Behalve het vernieuwde stadsbestuur trachten ook Vlaamsgezinde frontsoldaten te protesteren tegen de straatterreur met een pamflet. De verwezenlijkte Vlaamse Hogeschool mocht Gent niet ontglippen.
Alle verordeningen, benoemingen, promoties en studieresultaten uit de oorlogsjaren verliezen hun geldigheid. Het Frans wordt opnieuw de voertaal in Gent. Einde 1918 beslist de academische raad om de verderzetting van de vernederlandsing af te wijzen. Begin 1919 opent de universiteit haar ‘Franse’ deuren onder leiding van rector Paul Fredericq.
De Vlaamse hogeschoolstudenten worden systematisch geweerd uit de Belgische universiteiten. Pas vanaf 1922 kunnen zij zich opnieuw inschrijven. De professoren worden nagenoeg allen strafrechtelijk vervolgd, meestal bij verstek. Zij zullen pas ongestraft kunnen terugkeren naar België vanaf de invoering van de uitdovingswet van 1929.
Vernederlandsing
Op 19 november 1922 stappen vijf- tot twintigduizend voorstanders van de Franstalige universiteit op in Gent. Met hun ‘Gand Français’-actie willen ze voorgoed een einde stellen aan de volgens hen kortzichtige plannen van de Vlamingen. De verfranste bourgeoisie trommelt voor haar betoging fabrieksarbeiders, bedienden en landelijke delegaties op. Vooraan in de stoet lopen rector Eugène Eeman en een groot deel van het professorenkorps. In de optocht, die door de met Belgische vlaggen versierde Gentse straten trekt, defileren fanfares en wordt het volkslied gezongen. Reacties van de Vlamingen blijven niet uit: 1.500 tot 2.000 tegenbetogers gaan in de tegenaanval en bekogelen de deftige dames en heren met de uitwerpselen van de bereden rijkswacht. Onder het geroep van ‘A bas le roi’, ‘A bas la Belgique’ en ‘Vivat Borms’ sneuvelen ruiten, branden vlaggen en vliegen de vijgen in het rond. Gent staat in rep en roer. Zowel de Franstalige als de Nederlandstalige pers claimt de overwinning en de flaminganten houden er hun nieuwe scheldnaam ‘lamas cracheurs’ aan over.
Na een geanimeerde stemming keurt de Kamer op 19 oktober 1922 het wetsvoorstel van Van Cauwelaert over een geleidelijke invoering van het Nederlands met nipte meerderheid goed. De meeste katholieken steunen het voorstel, de liberalen zijn tegen en de socialisten stemmen verdeeld. Gesteund door de vele sympathiebetuigingen van ‘la grande bourgeoisie’ en hoopvol over een negatieve stemming in de conservatieve Senaat, zetten de tegenstanders een laatste offensief in. Om hun strijd kracht bij te zetten, richtten ze de Ligue nationale pour la Défense de l'Université de Gand et la Liberté des Langues op. De Gentse rector Eeman wordt nationaal voorzitter van de nieuwe Ligue die in heel het land steuncomités opricht. Als de Vlaams-nationalisten op 5 november 1922 een grote betoging organiseren in Gent roept de Ligue alle ‘weldenkende burgers’ op om zich te verzetten tegen een dergelijke ‘aanslag’ op het Belgische bestel en de Vlamingen worden hardhandig aangepakt. Twee weken later zouden de Vlamingen wraak nemen met paardenvijgen...
e Paardenvijgenstoet is een legendarisch maar geen uniek incident tussen voor- en tegenstanders van de vernederlandsing. Met de parlementaire strijd over de kwestie vanaf de jaren 1920 worden de straatacties echter grimmiger. Beide partijen willen hun standpunten kracht bijzetten en de publieke opinie voor zich winnen door de grootste en luidste manifestaties op het getouw te zetten. Het eerste gewelddadige treffen vindt plaats op 9 februari 1920. Een bezoek van de Waalse politicus Jules Destrée aan Gent ontaardt in een belegering van het Vlaamse studentenhuis en gaat de geschiedenis in als ‘De Slag bij Uylenspiegel’. De ene betoging en de andere tegenactie volgen elkaar vanaf dan op en de manifestaties van de Vlamingen krijgen een steeds duidelijker anti-Belgisch karakter. Twee Franse waarnemers merken met ongerustheid op dat zelfs gecultiveerde Vlamingen zoals August Vermeylen, ‘l'une des personnalités les plus marquantes du corps enseignant la langue flamande’, zich door de kwestie laten meeslepen.
In deze episode van de strijd om de vernederlandsing hebben de Franstalige studenten het laatste woord. In de weken voorafgaand aan de stemming in de Senaat organiseren ze massabetogingen in Gent, Luik en Brussel. Op 21 december 1922, de dag voor de stemming, staken alle Franstalige studenten aan alle Belgische universiteiten en verhinderen ze de Vlaamse studenten de toegang tot de leslokalen. Op 22 december keurt de Senaat het wetsvoorstel-Van Cauwelaert af. Maar de overwinning van ‘Gand français’ zal van korte duur zijn: in juni 1923 valt de regering en in de daaropvolgende crisis komen de politieke partijen tot een onderhandeld compromis.
In het begin van de jaren twintig barst de strijd om de vernederlandsing van de Gentse Universiteit in alle hevigheid los. Het wetsvoorstel-Van Cauwelaert, dat in een geleidelijke vernederlandsing voorziet, had een oplossing kunnen brengen voor het hogeschoolvraagstuk. Goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 22 december 1922, wordt het voorstel echter door de Senaat verworpen. Na een regeringscrisis komen de politieke partijen in juli 1923 eindelijk tot een compromis: het Nederlands wordt de bestuurstaal van de universiteit, voor het onderwijs kunnen de studenten kiezen tussen een Vlaamse en een Franse afdeling, met respectievelijk 2/3 Nederlandstalige en 1/3 Franstalige colleges en vice versa. Dit stelsel wordt het Nolf-systeem genoemd, naar de toenmalige minister van Kunsten en Wetenschappen Pierre Nolf, die het stelsel bedacht. Op 31 juli 1923 is de gedeeltelijke vernederlandsing van de Gentse universiteit een feit. Zowel franskiljons als flaminganten zijn echter ontevreden.
Burgemeester Braun en de francofiele burgerij vrezen het einde van ‘Gand français’ en richten de Ecole des Hautes Etudes op: voor elke Nederlandstalige cursus krijgen studenten hier een parallelle Franstalige cursus. Een Antwerps zakenman koopt voor de nieuwe school het Hotel Vanderstegen op de Koornlei. Als de School op 25 november de deuren opent, worden gratis treinen ingelegd om de Luikse en Brusselse studenten naar Gent te brengen. Het feest wordt opgeluisterd met fanfares, fakkeltochten, vlaggen, speeches, banketten en... tegenacties van de Vlaamse studenten. Die nacht worden de ruiten van de Ecole de Hautes Etudes verbrijzeld en de deuren van de hoogleraren die er doceren, beklad.
De Vlaamse studenten lopen evenmin warm voor de halfslachtige oplossing – ze noemen de Nolfuniversiteit smalend de ‘hoalf-en-hoalf-universiteit’ – en boycotten de inschrijvingen in het Nederlandstalige stelsel. Via vlugschriften en brochures worden studenten afgeraden om zich in het Vlaamse stelsel in te schrijven: dat zou het halfslachtige systeem enkel maar bestendigen. De boycot is een succes: slechts tien van de 145 nieuwe studenten die zich in oktober 1923 inschrijven, doen dat in de Nederlandstalige afdeling. Dat succes is niet alleen te verklaren door de Vlaamse strijdvaardigheid van de jongemannen. Studenten blijven ook weg uit het Vlaamse stelsel uit vrees voor repercussies op examens of bij sollicitatiegesprekken. De boycot is dan wel een succesvol, het zal de volgende jaren ook een splijtzwam blijken tussen studentenverenigingen en Vlaamse organisaties: ’t Zal Wel Gaan breekt met zijn oud-ledenbond en het Willemsfonds distantieert zich van de boycot uit vrees dat die te veel studenten naar het katholieke Leuven drijft. Naarmate de academiejaren vorderen, verslapt de boycot. In het laatste jaar voor de vernederlandsing in 1930 zullen 185 studenten voor het Nederlandstalig regime kiezen, tegenover 302 voor het Franstalige.
De openingsplechtigheid van het academiejaar 1923-1924, die het tweetalige stelsel inluidt, zal de geschiedenis ingaan als een van de meest legendarische van de Gentse universiteit. De plechtigheid verloopt zeer rumoerig en door een toevallig (?) technisch defect vallen de lichten uit en moet de openingsceremonie worden verdergezet bij kaarslicht. Dat de ceremonie bij voorbaat niet ontaardt in een gewelddadig schouwspel, komt omdat de grootste tegenstanders uit beide kampen weg blijven. De plechtigheid wordt voorgezeten door de nieuwe rector Jan Frans Heymans (vader van Nobelprijswinnaar Corneel Heymans). De positie van de vorige rector Eugène Eeman, die zich als voorzitter van de Ligue nationale pour la Défence de l'Université de Gand et la Liberté des Langues openlijk en met hand en tand had verzet tegen de vernederlandsing, was onhoudbaar.
De invoering van de tweetaligheid heeft als gevolg dat heel wat professoren die het Nederlands niet machtig zijn een vervanger moeten krijgen voor hun Nederlandstalige cursus. Het Koninklijk Besluit van 20 oktober 1923 zal niet minder dan zestien nieuwe benoemingen regelen, de eerste generatie Nederlandstalige hoogleraren. Een van hen is kunstwetenschapper, socialist en flamingant August Vermeylen, die in 1930 rector zal worden van de volledig vernederlandste universiteit. Een ander opmerkelijk feit is de inschrijving van kroonprins Leopold in hetzelfde academiejaar: hij volgt een Nederlandstalig college bij August Vermeylen, een Franstalig bij Henri Pirenne, en een ander Frans college bij Charles de Lannoy.
In 1930 komt er een einde aan het ongelukkige tweetalig onderwijsstelsel van de UGent. Kamer en Senaat keuren het voorstel van premier Jaspar voor de volledige vernederlandsing met grote meerderheid goed. Vanaf het volgende academiejaar 1930-1931 wordt al het onderwijs in het Nederlands verstrekt en is de bestuurstaal Nederlands. De vernederlandsing zal trapsgewijs worden ingevoerd – wie in het Franstalig stelsel startte, kan zijn opleiding ook afronden in het Frans. De ingenieursopleiding zal pas in 1935-1936 volledig worden vernederlandst. Veertig jaar bitsige strijd om hoger onderwijs in de volkstaal komt met deze wet tot een conclusie.
De gemoederen lopen tijdens de parlementaire stemming in maart 1930 lang niet zo hoog op dan zeven jaar eerder het geval was. Toen was geen van de partijen opgezet met het tweetalige Nolfstelsel uit 1923. Hoewel de straatagitatie sindsdien grotendeels achterwege bleef, sluimerde het ongenoegen over deze tussenoplossing. Na de verkiezingsoverwinning van de Vlaams-nationalisten in mei 1929 beseffen de politieke partijen dat de taaleisen van de Vlamingen, en in de eerste plaats de roep om een Vlaamse Hogeschool, niet langer genegeerd kunnen worden. Even lijkt het er op dat de taalontwerpen een breekpunt worden in de regeringsonderhandelingen tussen liberalen en katholieken. De liberalen sturen immers aan op bescherming van de francofone minderheden in Vlaanderen, iets wat de Vlaams-nationalisten helemaal niet zien zitten. De koning weigert echter het ontslag van formateur Jaspar en uiteindelijk kan de regering op 10 december 1929 een voorstel neerleggen in de Kamer. Dat wordt op 5 maart 1930 goedgekeurd in de Kamer met 127 tegen 24 stemmen en 7 onthoudingen. Een maand later stemmen 111 senatoren voor het wetsontwerp, 14 tegen en 17 onthouden zich. Tegenstemmers zijn de Franstalige socialisten en ironisch genoeg de Vlaams-nationalisten. Het KB van 5 april bekrachtigt het wetsontwerp.
August Vermeylen, een gerespecteerd politicus en kunstwetenschapper, wordt benoemd tot eerste rector van de vernederlandste universiteit. Vermeylen is ontroerd tijdens de historische openingsplechtigheid van het academiejaar 1930-1931 op 21 oktober, maar ook ontstemd door het gedrag van de Vlaamse studenten. Die ontsieren de plechtigheid op schandalige wijze: ze overstemmen de Brabançonne met de Vlaamse Leeuw en zingen het Wilhelmus en Vlaamse strijdliederen. In belgicistische en patriottische kringen reageert men onthutst en de regering start een onderzoek naar de aanstokers. In de volgende twee jaren zal er uit angst voor een herhaling van de incidenten geen feestelijke openingsplechtigheid meer plaatsvinden.
Rector Vermeylen heeft het die eerste jaren niet gemakkelijk om de vernederlandste universiteit op de rails te houden: incidenten tussen studenten blijven schering en inslag. Een netelige kwestie is die van de hoogleraren die les geven aan de Franstalige Ecole des Hautes Etudes en de vernederlandste universiteit zo onrechtstreeks boycotten. Het bekendste incident is dat rond kunstwetenschapper Georges Hulin de Loo. Ondanks het cumulverbod van de regering, weigert die zijn lesopdracht in de Ecole des Hautes Etudes neer te leggen. Het levert Hulin de Loo de toorn op van de Vlaamse studenten die hem de toegang tot het leslokaal hardhandig weigeren, waarop de professor naar rector Vermeylen vlucht. De kwestie belandt op de regeringstafel en Hulin de Loo gaat verplicht op rust. Een vervroegd emeritaat was trouwens ook al aan andere hoogleraren die het Nederlands niet machtig zijn, voorgesteld.
De vernederlandsing is een symbolische doorstart voor de Gentse universiteit en 1930 zal steeds gevierd en geëerd worden naast stichtingsdatum 1817. Naarmate de academiejaren elkaar opvolgen en de strijdlustige studentengeneratie afstudeert, keert de rust weer op de Gentse universiteit. Het gevreesde effect van de vernederlandsing op het aantal buitenlandse ingenieursstudenten vergaat in het niets tegenover het effect dat de economische wereldcrisis van 1929 heeft. Niet alleen Gent maar ook Luik en Leuven verliezen hun buitenlandse ingenieursstudenten. In 1937 wordt het succes van de vernederlandste universiteit duidelijk: zowel studentenaantallen, kredieten als bouwwerken expanderen. De Nobelprijs voor Geneeskunde voor de Gentse hoogleraar Corneel Heymans in 1938 is de kers op de taart van de vernederlandsing en het bewijs dat de wetenschap de taalwissel heeft overleefd.
Met steun van de oud-studenten van de Vlaamse Hogeschool wordt in 1933 een nieuw "Gentsch Studentencorps" opgericht dat tracht het Nederlandse karakter van de universiteit in de verf te zetten en de eenheid tussen de verschillende politieke strekkingen te bevorderen. Tijdens de stichtingsvergadering van het nieuwe Gents Studentcorps op 26 oktober 1933 speecht verloskundige en radicaal flamingant Frans Daels. De link van de vereniging met HOU ende TROU is expliciet, zo heet het tijdschrift eveneens Aula.
Na de Eerste Wereldoorlog en vooral na de vernederlandsing van de Gentse universiteit zijn de faculteitskringen en de regionale studentenclubs sterk in aantal toegenomen. In 1932 zijn er dertien regionale clubs, elf faculteitskringen en vijf politieke verenigingen. De eerste groep besluit in 1935 zich beter te organiseren en verenigt zich in een overkoepelend convent: het Senioren Konvent. In 1941 zullen de faculteitskringen zich verenigen in het Faculteiten Konvent.
2de Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 breekt voor de Gentse Universiteit een periode van verwarring aan. De cultuurafdeling van het militair bestuur, de zogenaamde MilitärverwaItung, wil van de rijksuniversiteit een universitaire instelling met Germaanse oriëntering maken. Professoren worden ontslagen en ex-activistische hoogleraren worden aan de universiteit opgedrongen. Een belangrijke vorm van Duitse propaganda zijn de colleges van Duitse gastprofessoren. Ook de studentenbeweging komt met de oprichting van het Gents Studentenverbond (GSV) in oktober 1940 in de greep van de ‘nieuwe orde’. De gewezen rector en vaderlandslievende August Vermeylen wordt door de Duitsers geschorst als hoogleraar. Zijn literair-historische cursussen worden overgedragen aan Antoon Jacob, voormalig professor van de Vlaamsche Hoogeschool (1916-1918). Rector Guillaume De Smet heeft de moeilijke taak de universiteit tijdens de oorlogsperiode te besturen. Tactisch verkiest hij te berusten in een minimum aan onvermijdelijke inmenging en in voeling te blijven met de studentengemeenschap.
Het verzet aan de universiteit neemt verschillende vormen aan, gaande van latent moreel verzet tot aansluiting bij verzetsorganisaties. De Vlaamse Geschiedkundige Kring (V.G.K.) ligt in het najaar van 1941 aan de basis van de breuk tussen het Gents Studentenverbond en de faculteitskringen. Dit schisma vormt de aanzet tot een grotere en actievere verzetsbeweging onder de studenten. Zo komt er begin 1942 te Gent onder impuls van Karel Poma en Jan de Buck een lokale afdeling van de Nationale Studentengroepering (NSG). De verzetsgroep is aangesloten bij het Onafhankelijkheidsfront en brengt het sluikblad Klokke Roeland uit. Personeelsleden van de universiteit die zich negatief uiten over de bezetting of beschuldigd worden van verzet, worden aangehouden, gedeporteerd of krijgen het verbod college te geven. Na de bevrijding maakt de Gentse Universiteit de balans op: 25 studenten en personeelsleden zijn omgekomen; twee van hen, de professoren Valère Billiet en Karel Verlat, zijn gestorven in gevangenschap. Op 14 mei 1996 wordt een herdenkingsplaat met de namen van de joodse studenten die tijdens de Holocaust zijn omgekomen ingehuldigd in de Aula.
Slag om het Gravensteen
Zie hoofdartikel: De Slag om het Gravensteen
Op 16 november 1949 verschansen 138 studenten (onder wie één meisje) zich in het Gentse Gravensteen. De kantelen worden behangen met ludieke studentenslogans terwijl politie en brandweer getrakteerd worden op overrijp fruit en rookbommen. Het studentikoze geweld kan door de ordediensten slechts met de grootste moeite worden bedwongen. De studentengrap is voorpaginanieuws in de internationale pers.
Zie het bovenstaand artikel voor een uitgebreider roelaas.
Verzet en protest
De jaren 60 t/m 80 zijn jaren van verzet onder de studenten. Voor meer inspraak en democratisering, voor sociale en seksuele vrijheden, etc.
Het meest opvallende protest in Gent is de bezetting van de Blandijn:
De bom barst op 13 maart 1969. Het verbod van rector Bouckaert om illustraties te vertonen op een lezing over ‘Pornografie, zin en onzin’, lokt de contestatie uit. Als rector Bouckaert enkele protesterende studenten door de politie hardhandig uit het rectoraat laat verwijderen, trekken de studenten naar auditorium E en roepen de Blandijn uit tot ‘Studentoraat’. De volgende dag trekken groepjes studenten naar de verschillende faculteiten om hen op de hoogte te brengen van de gebeurtenissen. Het harde optreden van de politie tegen de protestgroep wekt een collectieve solidariteit op onder de studenten. Ook decaan Van Elslander en het personeel van de letterenfaculteit steunen de acties. De lessen in de Letteren en Wijsbegeerte worden opgeschort, maar in de andere faculteiten menen de hoogleraren dat ‘de wetenschap moet verdergaan’. De volgende dagen is de bezette Blandijn het epicentrum van de proteststrijd: er worden pamfletten gedrukt, muurkranten geschreven en nachtelijke volksvergaderingen gehouden.
De studenten stellen een vijfpuntenprogramma op voor een nieuwe actieve en niet-repressieve universiteit. Ze bekritiseren het elitaire en autocratische karakter van de RUG en willen meer inspraak in het bestuur en beheer. Maar het protest overstijgt de academische wereld: de activisten koppelen de hervorming van de universiteit aan een algemene transformatie van de maatschappij. De Gentse protestbeweging krijgt zo een sterk antikapitalistische inslag. Een centraal thema is de solidariteit met de arbeiders: er worden informatietochten naar fabrieken en volksvergaderingen georganiseerd.
Op donderdagnacht 20 maart 1969 maakt de rijkswacht een einde aan de bezetting. Enkele uren daarvoor smeekte decaan professor Elslander de studenten om zich geweldloos terug te trekken uit de omsingelde Blandijn. Zijn oproep viel niet in dovemansoren: de studenten laten zich die nacht gewillig afvoeren naar de rijkswachtkazerne. Rector Bouckaert houdt de Blandijn gesloten tot 28 maart. De studenten wijken voor hun vergaderingen uit naar De Brug, de Ledeganck en de Vooruit maar het wordt snel duidelijk dat de beweging over haar hoogtepunt heen is. Er heerst grote interne verdeeldheid over de te volgen actiestrategie, waarbij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte tegenover de rechts- en wetenschapsfaculteiten komt te staan. Het verschil in gezichtspunt weerspiegelt zich ook in de academieraad waar het hoofdzakelijk de filologen en wijsgeren zijn die de studenten verdedigen. Maar doorslaggevend voor het uitdoven van de protestbeweging is de naderende blokperiode.
Hoewel het vijfpuntenprogramma van 1969 nooit wordt gerealiseerd, heeft het generatieconflict van 1969 wel een impact op de universiteit. Zo krijgen studenten in 1971 bij wet inspraak in de verschillende raden, commissies en bestuursorganen en wordt geïnvesteerd in sociale voorzieningen – hoewel lang niet zo veel als ze zelf zouden willen. Occasioneel breken er nog onlusten uit maar ze zijn niet zo hevig of collectief dan in maart 1969. De militante studenten organiseren zich in verschillende extreem-linkse verenigingen die elkaar beconcurreren maar het contact met de gemiddelde student verliezen. In de schoot van de protesten van 1969 ontstaan in de verschillende faculteiten Sociale Werkgroepen die vanuit een progressieve maatschappijkritiek nadenken over onderwijshervormingen en de positie van de afgestudeerden in de maatschappij. Deze werkgroepen zullen nog enkele decennia blijven bestaan en uitgroeien tot een hecht reflectienetwerk. Na het orgelpunt van maart 1969 verschuift de belangstelling van het studentenengagement geleidelijk. Het discours rond maatschappij en kapitalisme maakt plaats voor meer specifieke maatschappelijke vraagstukken als de wapenwedloop, atoomenergie, milieuvervuiling, racisme, abortus en de emancipatie van arbeiders, vrouwen en holebi’s. Pamfletten, betogen en bezetten zullen in het decennium dat op maart 1969 volgt, standaard deel uitmaken van het studentenprotest.
Heropleving studentikoziteit
De studentikoze clubs zetten hun activeiten voort tijdens de protestjaren, en er worden ook nieuwe kleurdragende opgericht, maar dit bleef echter vrij beperkt.
De klassieke clubs met hun linten en cantussen worden aanzien als conservatief en passé.
Vanaf het einde van de jaren '80 vindt er thans een heropleving plaats van de studentikoziteit, met de oprichting van vele nieuwe verenigingen, vaak in ook in een pluralistisch kader na de verworven vrijheden van de vorige decennia.
Hervormingen van de 21ste eeuw
Op 19 juni 1999 ondertekenen 29 Europese ministers van Onderwijs de Bolognaverklaring. Bedoeling is tegen 2010 het hoger onderwijs binnen de verschillende Europese lidstaten beter op elkaar af te stemmen en zo een Europese hoger onderwijsruimte te creëren. Het hoger onderwijs wordt ingedeeld volgens twee cycli: bachelor en master. Het Bologna-akkoord bevat een gemeenschappelijk studiepuntensysteem en de gelijkschakeling van diploma’s zodat de mobiliteit van studenten en docenten binnen de Europese universiteiten en hogescholen kan vergroten.
Op 29 april 2003 richten de UGent, de Hogeschool Gent, Arteveldehogeschool en de Hogeschool West-Vlaanderen de vzw Associatie Universiteit Gent op. De samenwerking is een gevolg van twee reorganisatietendensen van het hoger onderwijs.
Na een aantal ontsporingen in de jaren 2000 qua studentendopen, neemt rector Van Cauwenberge in 2007 het initiatief voor een nieuw Doopdecreet. Daarin staat onder andere dat de verenigingen vooraf een schriftelijke voorbereiding moeten indienen en moeten zorgen voor een EHBO-kist en nuchtere ‘doopmeesters’. Naaktloperij en het gebruik van slachtafval, kadavers, bloed en levende gewervelde dieren zijn verboden. Dat laatste is niet geheel naar de zin van de Vlaamse Dierengeneeskundige Kring, die er overigens de meest beruchte doopreputatie op na houdt.
Terwijl het jaarsysteem toeliet om een heel jaar te genieten van het studentenleven en zich pas de laatste drie maanden terug te trekken op het kot om de cursussen te blokken, zorgt het semestersysteem er sinds 2005 voor dat studenten eigenlijk het hele jaar door in de weer zijn met hun studies. De tussentijdse blok, examenperiode en krokusvakantie zorgen bovendien tussen december en maart voor een ‘gat’ in de studentenactiviteiten. Horeca en studentenverenigingen klagen dat het semestersysteem een domper zet op het studentenleven. Behalve door het semestersysteem is het studentenleven ook bijvoorbeeld door de komst van gsm en internet sterk aan het veranderen. Maar bovenstaand overzicht leert dat er nog veel zekerheden overeind blijven. Zelfs de angst om het verlies van de eigenheid van het studentenleven is niet nieuw.
In 1900 schreef een ’t Zal Wel Gaan’er het al:
‘van jaar tot jaar verzwindt die studentikositeit waar wij terecht fier op waren’.
Hoger onderwijs in Gent
Universiteit

De Universiteit Gent (Ugent) biedt academische bachelor- en masteropleidingen aan, en de mogelijkheid tot doctoreren. De verschillende onderzoeksvelden zijn ondergedeeld in 11 faculteiten:
- Faculteit Letteren en Wijsbegeerte
- Faculteit Recht en Criminologie
- Faculteit Wetenschappen
- Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
- Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur
- Faculteit Economie en Bedrijfskunde
- Faculteit Diergeneeskunde
- Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
- Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
- Faculteit Farmaceutische Wetenschappen
- Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen
Het officiële studentenblad van de UGent is Schamper.
Gentse Hogescholen
![]()
De Hogeschool Gent (HOGENT) biedt graduaat, bachelor- en masteropleidingen aan.
![]()
De Arteveldehogeschool biedt graduaat en professionele bacheloropleidingen aan.
Andere hogere onderwijsinstellingen met campussen in Gent

De co-hogeschool Odisee heeft in Gent een technologiecampus, en biedt professionele bachelors aan in technische richtingen en zorg.
![]()
De hogeschool LUCA School of Arts heeft in Gent haar Campus Sint-Lucas en biedt bachelor- en masteropleidingen aan met betrekking tot kunst, media en ontwerp.
![]()
De KU Leuven (KUL) heeft volgende campussen in Gent:
Postacademische opleidingen
![]()
De Gentse campus van de Vlerick Business School biedt opleidingen aan in het kader van ondernemen.
![]()
Het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) biedt een postgraduaatopleiding aan in de beeldende kunst.
![]()
International Opera Academy (IOA) biedt voltijdse muziek- en zangopleidingen aan, met oog op een carrière in de opera.
![]()
Orpheus Instituut is een Europees centrum voor artistiek onderzoek in muziek.
Studentenverenigingen
Zie hoofdartikel: Categorie: Studentenverenigingen Gent
Gent heeft een zeer actief verenigingsleven voor studenten, zie bovenstaand artikel voor een gedetailleerde opsomming.
Konventen
Actieve konventen
| Naam | Oprichting | Kleuren | Schild/Logo | Zirkel/Monogram | Opmerking | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Seniorenkonvent Ghendt (SK Ghendt) | 1934 (29 oktober) |
|
||||||||
| FaculteitenKonvent Gent vzw (FK Gent) | 1941 |
|
† 1943, heropgericht 1948, † 1951, heropgericht 1952. | |||||||
| Politiek en Filosofisch Konvent (PFK) | 1961 |
|
||||||||
| Kultureel Konvent (KK) | 1962 |
|
||||||||
| Home Konvent Gent (HK) | 1971 |
|
||||||||
| Werkgroepen en Verenigingen Konvent (WVK) | 1973 (20 november) |
|
Tot 1999 "Werkgroepen Konvent" (WK). | |||||||
| Internationaal Konvent (IK) | 1999 |
|
Tot 2012 "Bijzonder Konvent" (BK). |
Voormalige konventen
| Naam | Oprichting | Ontbinding | Kleuren | Schild/Logo | Zirkel/Monogram | Opmerking | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gents Studentencorps "Hou ende Trou" | 1916 | 1918 (november) |
|
Studentencorps naar Nederlandse traditie aan de Vlaamse Hogeschool te Gent, tijdens de bezetting. | ||||||||
| Algemeen Vlaams Hoogstudentenverbond Gent (AVHV) | 1919 (april) | 1933 | (?) | |||||||||
| Gents Studentencorps (GSC) | 1930 | 1940 | (?) | Ontstond uit de Gentse tak van het AVHV. Tot 24 maart 1933 Vlaamse Studentenclub. Fusioneerde met het KVHV tot het GSV. | ||||||||
| Gents Studentenverbond (GSV) | 1940 | 1945 | (?) | |||||||||
| Nationale Studentengroepering (NSG) | 1945 | (?) | (?) | |||||||||
| Gents Studentenkorps (GSK) | 1998 | 2008 |
|
Oorspronkelijk de jure deel van het KVHV, rond 2003 hervormd als onafhankelijke koepel voor traditionele regioclubs. | ||||||||
| Hogescholenkonvent Gent (HOK Gent) | 2010 | 2012 |
|
|||||||||
| Activiteiten Konvent (AK) | (?) | (2008?) | ||||||||||
| Tauros vzw | (?) | (?) |
Evenementen
In Gent worden jaarlijks enkele grote studentikoze evenementen opgezet, de belangrijkste beschrijven wij hieronder:
Massacantus
Zie hoofdartikel: Massacantus (Gent)
De Gentse Massacantus wordt sinds 1993 georganiseerd door een samenwerking van het SK, FK en HK.
Beiaardcantus
Het FaculteitenKonvent organiseert jaarlijks op het Sint-Baafsplein een Beiaardcantus, onder begeleiding van de stadsbeiaardier en de Studentenfanfare Ghendt.
12urenloop
De Gentse 12urenloop wordt jaarlijks georganiseerd op het Sint-Pietersplein. In deze 12 uur durende aflossingswedstrijd proberen de deelnemende kringen zoveel mogelijk rondjes te lopen op weg naar de overwinning.
Gravensteenfeesten & Uylenspiegelfeesten
Twee evenementen herdenken de Slag om het Gravensteen: de Gravensteenfeesten, georganiseerd door het SK, en de Uylenspiegelfeesten, georganiseerd door het KVHV.
Student Kick-Off
Op de Student Kick-Off wordt jaarlijks de start van het academisch jaar gevierd met live optredens, allerlei activeiten en drank.
De verschillende studentenverenigingen hebben er ook standjes om zich voor te kunnen stellen aan de nieuwe studenten.
Gentse liederen
| Deze sectie is onvolledig en wordt later aangevuld. |
|---|
Bronnen
- https://dsa.ugent.be
- https://stad.gent/nl/student-in-gent/aanbod-hoger-onderwijs
- https://www.ugent.be/nl
- https://www.hogent.be
- https://www.arteveldehogeschool.be/nl
- https://www.kuleuven.be/kuleuven/
- https://www.odisee.be
- https://www.luca-arts.be/nl
- https://www.vlerick.com/nl/
- https://hisk.edu
- https://ioacademy.be
- https://orpheusinstituut.be/nl/
- https://12urenloop.be
- https://massacantusgent.be
- https://www.ugentmemorie.be
- https://studentkickoff.be
- Elienne Langendries en Anne-Marie Simon-Vandermeersch, 175 jaar Universiteit Gent – Ghent University 1817-1992, Gent, 1992.
- Kluyskens, P. "De wet van 20 mei 1876. De universiteit kent voortaan zelf universitaire graden toe". In Hoofdmomenten uit de ontwikkeling van de Gentse Rijksuniversiteit (1817-1967), uitgegeven door Karel De Clerck en Theo Luykx. Gent: RUG, 1967.
- Vandersteene, Liesbeth. De geschiedenis van de rechtsfaculteit van de Universiteit Gent., 2009.
- Balthazar, Herman. Het taalminnend studentengenootschap 't Zal wel gaan (1852-1977), Gent, 1977.
- Nieuwe geschiedenis van België, Tielt, 2005.
- Luykx, Theo. Politieke geschiedenis van België van 1789 tot heden, Brussel, 1969.
- Bossaert, Henry. Julius Mac Leod en de vervlaamsing. Gent: R.U.G., 1977. Uit het verleden van de R.U.G., 4.
- De Schryver, Reginald. Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Tielt: Lannoo, 1998.
- Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis.
- Leemans, Guy e.a., Vlamingen komt in massa: de Vlaamse beweging als massabeweging, Gent, 1999.
- Vantongerloo, Michiel "Pro Flandria Servanda" Het Gentsch Studenten Corps 'HOU ende TROU' (1916-1918) en het Gentsch Studenten Corps (1933-1940) in vergelijkend perspectief, Ugent, 2014-2015.
- Capiteyn, André. (ed.). Gent en de Eerste Wereldoorlog: het stadsleven in de jaren 1914-1918. Gent: Stad Gent, 1991.
- De Schaepdrijver, Sophie. De groote oorlog: het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam: Atlas, 1997.
- Langendries, Elienne. De Vlaamsche hoogeschool te Gent (1916-1918). Gent: R.U.G., 1984-1985.
- Loockx Kristof. Vlaamsche studenten, komt naar Gent! Prosopografie van de studentenbevolking aan de Vlaamse Hogeschool 1916-1918., Universiteit Gent, 2013.
- Loockx, Kristof. "'Zonnige dromen bezielen de nieuwe jeugd. Een prosopografie van de studentenpopulatie van de Vlaamse Hogeschool (1916-1918). Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent LXVII (2014).
- Mantels, Ruben. Gent: een geschiedenis van stad en universiteit 1817-1940. Brussel: Mercatorfonds, 2013.
- Vanacker, Daniël. Het activistisch avontuur. Gent: Academia Press, 2006.
- Wils, Lode. Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, activisme, frontbeweging. Kalmthout: Pelckmans, 2014.
- Van Damme, Dirk. Universiteit en volksontwikkeling: het ‘hooger onderwijs voor het volk’ aan de Gentse universiteit, 1892-1914, Gent, 1983, (Uit het verleden van de R.U.G., 14).
- Willemyns, Roland. Het verhaal van het Vlaams. De geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden, Antwerpen, 2003.
- Carnewal, Bart. Collaboratie van professoren en assistenten aan de Rjksuniversiteit Gent tijdens de Tweede Wereldoorlog, Gent, 1992, (onuitgegeven licentiaatverhandeling).
- Martin, Dirk. De Rijksuniversiteit Gent tijdens de bezetting 1940-44. Leven met de vijand, Gent, 1993.
- Weerstand en bevrijding : Universiteit te Gent 1940-1945, Gent, 1945.
- Bekaert, Wim. Studentenbeweging en –protest aan de RUG: Het FK als zenuwknoop in het Gentse studentenleven 1969 – 1985., UGent, 2012.
- Horn, Gerd-Rainer. The Belgian Contribution to Global 1968. (2005).
- Klimke, Martin en Scharloth, Joachim. 1968 In Europe: A History of Protest and Activism, 1956-1977. Londen: Palgrave Macmillan, 2008.
- Van der Meersch, Anne-Marie. 20 jaar RUG-studenten in actie, 1968-1988. Gent: Archief RUG, 1988.
- Vos, Louis. Studentenprotest in de jaren zestig. Tielt: Lannoo, 1988.