Krambambouli
Krambambouli is een studentikoze drank en eveneens een bekend studentenlied dat deze drank bezingt. De drank wordt tijdens een specifieke ceremonie bereid.
Oorspronkelijk bestond het lied uit 49 strofen. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1745 en twee jaar later uitgebreid tot 102 strofen door Christoph Friedrich Wittekind. De melodie zou gebaseerd zijn op een Duitse volksmelodie uit Göttingen.
Drank
Hoewel de Vlaamse tekst van het lied spreekt over "schuimend blond studentennat", is Krambambouli geen bier. Krambambouli is echter een sterk gesuikerde, bijna stroperige brandewijn met fruit, die tijdens een ceremonie bereid wordt (zie verder). Dit gebruik stamt uit Duitsland, waar ze ook bekendstaat als Feuerzangenbowle of Krambambulikneipe. Ze symboliseert de terugkeer van het licht en wordt dus vaak georganiseerd in het midden van de winter, de donkerste periode van het jaar.
Oorspronkelijk was 'Crambambuli' de naam voor de Wachholder-Branntwein, een kersen- of bessenbrandewijn met een felrode kleur die sinds 1598 gestookt werd door stokerij Der Lachs (of in het Pools “Pod Lososiem”) in Gdansk door Isaak Wed-Lings Wittib en Eydam Dirck Hekkerde. Ook de Nederlandse mennoniet Ambrosius Vermöllen (Vermeulen?) wordt vermeld als eigenaar van de stokerij; hij zou deze namelijk in 1598 gekocht hebben.
De naam “Crambambuli” werd door Duitse studenten overgenomen als algemene term voor "Schnapps". Nog later benoemden ze hiermee een warme punch op basis van wijn, gekarameliseerde suiker, Schnapps en verschillende kruigen. Deze warme drank is de "Crambambuli" zoals de (Duitse) studenten hem nu kennen en drinken.
De etymologie van het woord is in nevelen gehuld, maar zou afgeleid zijn uit de versmelting van de woorden Krandewitt (een lokaal woord voor jeneverbes) en Blamp (een bargoens woord voor alcohol). Anderen opperen dat de dranknaam via het Duitse carambolieren is afgeleid van het Franse werkwoord caramboler ('samenstoten'), vanwege de glazen waarmee geklonken wordt. Volgens Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (Onze Taal, 2021, 1, blz. 30) is het vermoedelijk simpelweg een quasi-Latijns nonsenswoord, mogelijk bedacht door Wedekind, de schrijver van het lied.
In de Duitstalige wereld is het verhaal Krambambuli van de Moravische schrijfster Marie von Ebner-Eschenbach (1830-1916) bekend, waarin een zielige hond voor 12 flessen Danziger kersenbrandewijn wordt verkocht en daarna de naam van de drank krijgt. Het verhaal verscheen in Dorf- und Schlossgeschichten (1881). Televisiepresentatrice Mies Bouwman (1929-2018) publiceerde in 2002 een kinderboek over een klein hondje dat opeens niet meer kon blaffen. Zowel de naam van het hondje als de titel van het boekje waren Rambamboelie. Het woord krambamboeli kwam ook voor in de tweede zin van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 2016, geschreven door A.F.Th. van der Heijden: "Hier faalt elke conciliatie middels getoost met krambamboeli."
Tegenwoordig wordt de drank onder de naam Крамбамбуля ('krambamboelja') gepromoot als nationale drank van Wit-Rusland. Zowel het Wit-Russische Belpi als het Poolse Sobieski produceren de drank in flessen.
Recepten
Bijna elke vereniging heeft haar eigen recept voor Krambambouli. De meesten worden bereid op basis van wijn, hoewel er ook recepten met bier zijn. Verder wordt vaak rum, jenever, gin, en/of fruit toegevoegd.
Hieronder vind je enkele voorbeelden.
Duitsland
voor 2-4 personen (6-8 personen)
Ingrediënten:
- 1 fles droge rode wijn (2 fl)
- 1 l zwarte thee, bv. Ostfriesenmischung of Engelse theemelange (1,5 l)
- Sap van 2 sinaasappels (3)
- Sap van 1 citroen
- 1 suikerkegel
- 200 tot 400 ml rum 54 % (300 - 600 ml)
- Belangrijk: geen kerstkruiden, maar als je wilt kan dat natuurlijk nog wel.
Bereiding:
- Voorbereidingen: Breng water aan de kook en laat de thee 3 tot 5 minuten trekken. Verwarm de rode wijn in een steelpan tot hij bijna kookt (optimaal ca. 76 °C). Pers het sap uit de sinaasappels en citroenen. Giet het sap door een zeef, zodat de pulp niet in de Krambambuli zit.
Decanteer en op de rechaud zetten: Giet de hete thee, rode wijn en het sap over in de pot. Steek de rechaud aan en zet hem zo dat de inhoud bijna kookt (de vloeistof kan "knetteren").
- Maak de Krambambuli: Leg de suikerkegel op een rooster of speciale tang en dompel hem in de rum. De kegel moet worden geweekt, maar daarna ook onmiddellijk worden aangestoken; hoe langer deze blijft staan, des te slechter hij brandt. Giet de rum lepel voor lepel over de suikerkegel en laat deze opbranden. Het afbranden moet zo langzaam mogelijk gebeuren, zodat de suiker smelt en gekarameliseerd in de kom druipt.
Als alle suiker is opgebrand, giet u de Krambambuli in glazen / kopjes en geniet u er warm van.Bereidingstijd: ca. 30 minuten
Nederland (Leiden)
Men heeft kalfs-beafsteak; zoo heeft men ook punch-brûlé van bier, Crambamboeli genaamd. Ziet hier het recept:
Neem 2 flesschen ale of porter, en laat deze koken. Doe er vervolgens eene halve pint rhum of brandewijn bij en van een half tot een heel pond suiker, naar de smaak. Laat deze gezamenlijk nog eenige minuten koken en roer er daarna het wit en de doren van zes to acht behoorlijk geklutste eijeren door. Dit een en ander goed dooreen gemengd hebbende, doe het in een bowl. — Deze drank laat zich zoowel koud als warm gebruiken.
— Johannes Kneppelhout, Studenten-Typen XI: Flanor van Klikspaan, 1841
Rusland
Een Russisch recept uit Денщик за повара (1914) ziet er als volgt uit:
Ingrediënten:
- 2 flessen champagne
- 1 fles bruine rum
- 1 fles strohrum
- 1 fles witte dessertwijn (sauternes)
- 1 kilo suiker
- 1 ananas
- 1 grote suikerklomp
Giet de champagne, de rum en de dessertwijn in een steelpan. Voeg er dan de kilo suiker en de gesneden ananas aan toe en kook het geheel op het fornuis. Giet het brouwsel dan in een porseleinen vaas en leg daar twee gekruiste vorken of zwaarden over. Leg de grote klomp suiker hierop en steek hem aan gebruik makend van de strohrum. Hou het vuur aan door suiker en rum toe te voegen en schenk intussen uit in mokken.
Schotland
In The Scottish Students' Songbook vinden we volgend recept:
Neem twee flessen lichte porter of ale en kook ze in een pan. Doe er dan een halve liter rum of arrac bij, en een half tot een pond geraffineerde suiker. Nadat dit enkele minuten heeft gekookt, neemt u de pan van het vuur en doet u er het wit en geel van zes tot acht eieren bij, die u van tevoren goed hebt losgeklopt tot één homogene massa. Roer het geheel gedurende een minuut of twee, doe het in een punchschaal en drink het uit bekers. Het smaakt even goed koud als warm.
— The Scottish Students' Songbook, 1891
Vlaanderen
Castrum
Ingrediënten: (voor 10 liter)
- 7 liter rode wijn
- 1 liter witte wijn
- 1,5 kg suiker (piramidevormig)
- 1,5 liter bruine rum van 60%
- 1 liter bruine rum van 80%
- enkele sinaasappelen en citroenen
- kaneel en kruidnagel
Bereiding:
De wijn opwarmen samen met de kruiden, het fruit (dat in kleine stukjes gesneden moet worden) en de rum van 60%. De eigenlijke afwerking houdt in dat er boven op de ketel een aantal piramidevormige suikerklompen geplaats worden die in rum van 80% gedrenkt zijn. Deze suikerklompen worden geflambeerd zodat de karamel in de ‘Crambambuli’ kan vloeien.
LHC Plutonica
Ingrediënten (voor ongeveer 20 liter):
- een grote ketel (min. 25 liter)
- 16 tot 18 liter rode wijn (niet zuur)
- 1 fles graanjenever (niet zoet - 40 %)
- 1 fles bruine rum (best Strohrum, geen bacardi, 40 %)
- 2 flessen bruine rum (Strohrum, 80 %)
- fruit
- rietsuiker (3 tot 4 kilo)
- piramidevormige suikerklontjes (ong. een halve kilo)
- kruidnagel (2 handenvol)
- Glühweinkruiden
- kaneel (6 tot 8 staafjes)
Als men fruit in de krambamboeli wil mengen, dan gebruikt men hiervoor best ananas, perziken en/of mandarijntjes (eventueel appelsienen, maar die lossen moeilijker op). Al deze vruchten moeten twee dagen op voorhand in de graanjenever en de bruine rum van 40 % gelegd worden om te weken.
Als kruiden gebruikt men best kruidnagel (minstens 2 handenvol), Glühweinkruiden en kaneel.
Bereiding:
Men brengt alle ingrediënten samen in de ketel en laat deze opkoken. Daarna houdt men de krambamboeli warm. Als de krambamboeli te lang kookt, verliest hij aan smaak en alcoholgehalte. Op een ijzeren plaatje boven het vuur de piramideklontjes laten smelten en als caramel in de krambamboeli laten druipen. Uiteindelijk nog wat suiker toevoegen. Men kan de smaak ook nog verbeteren met extra kruiden of door appelsienschillen te laten meekoken. De hoeveel suiker kan variëren naar gelang men drank meer of minder zoet wil maken.
Wit-Rusland
De Wit-Russische drank krambamboelja wordt gemaakt van wodka, honing en kruiden. Deze drank verdween min of meer met de Russische Revolutie maar werd terug gelanceerd in de jaren 2000. De industriële productie werd nieuw leven ingeblazen en de drank wordt tegenwoordig gepromoot als nationale drank van Wit-Rusland. Een Wit-Russische popgroep draagt ook de naam van de drank.
Ceremonie
De “Crambambulikneipe” verloopt volgens een vast ritueel en die bij de meeste clubs gelijkaardig verloopt. Er bestaan uiteraard kleine verschillen.
Oostenrijk
Bij het Oostenrijkse KaV Austro-Danubia Linz verloopt het ritueel als volgt:
- De praeses:
- “Silentium zum Einzug des Magister Krambambuli und seiner Gehilfen!”
Een schacht die de tekstrollen draagt, wordt gevolgd door drie commilitones die de drie elementen (wijn, suiker en rum) van Krambambuli voorstellen. Zij worden eventueel gevolgd door schachten die de ‘KrambambuliTopf’ binnendragen, als die nog niet in het clublokaal aanwezig is. Ten slotte komt de Magister Krambambuli binnen. De schacht ontrolt de tekstrollen zodat het ritueel voltrokken kan worden.
De praeses vraagt de Magister Krambambuli om de Ordo Crambambuli af te kondigen.
- Magister Krambambuli:
- “Verneuerte Sauf-, Fress-, Fest- und Crambambuli-Ordnung, überliefert von ehrenwerten Theopharastus Bombastus Multibibus vom Nierenstein.”
- “§1. In diesem Saal herscht das Reich Crambambuli. Es erstreckt sich auf alle Fuchsen, Burschen, Philister und anderes lichtscheue Gezücht, sowie sie gehen, sitzen, fliegen, kreuchen oder ohn’ Bewusstsein umherliegen. Begrenzt wird es durch vier steinern Mauern, die schilficht Decken un den Boden von Eichen.”
- “§2. Stoff ist allein Crambambuli. Er tröstet die Trauernden, heilet die Kranken und führet die Muselmanen zum rechten Glauben. Wer nit saufet den Stoff, ist zu enfernen aus dem Reich, so er niet krank ist an der Milz, an der Leber, an der Blasen, sintemalen auch am Kopfe. So einer dies nit befolget, ist ihm das köstlich Gebräu von Zweien Knechten mit Nachdruck einzufüllen, egal ob vorn oder von hinten.”
- “§3. Das Reich darf nit verlassen werden, es sei denn, einer wollt’ sein menschliches Rühren stillen oder neuen Stoff beibringen.”
- “§4. Der Magister Crambambuli beachtet sowohl die strenge Einhaltung der ordo, als auch den Gedeih des brennenden Gesöffs. Zu diesem Zweck hat er den heilige Stoff zu verkosten und zu entscheiden, ob er alsdann zur löblichen Ausschank bereit sei.”
- “§5. Es stellt der Entscheidungsfähigkeit des Magister Crambambuli ein schlecht Zeugnis aus, wenn er mehr als die Hälfte verkosten muss, ehe er sein Urteil gebildet hat. Hat er jedoch den Stoff für würdig befunden, so beachtet er die widmungsgemässe Verwendung.”
- “§6. Unter widmungsgemässer Verwendung ist nur die innere Anwendung zu verstehen. Die von den Altvorderen gepflogene Sitte, ihre Damen mit Crambambuli einzureiben und dermassen den Stoff zu genissen, gilt als grober Rückfall in die Barbarei und wird derart geahndet.”
- “§7. Dem Magister Crambambuli steht es zu, jeden, der dem trefflichen Sud nit die gebührliche Achtung erweist, vom Genuss desselben auszuschliessen. Ebenso hat er darauf zu achten, dass kein genussspechtiger Zechgenoss’ sich ein Quentchen mit nach Haus nehm’, sei es im Sack der Hose oder gar im Schuh.”
- “§8. Hat einer der Kumpanen zu tief oder zu oft in den Topf geblickt, oder meint er gar, durch Rülpsen, Schwätzen, Gröhlen oder durch noch schlimmere Lautgebung sein’ Tumpheit unter Beweis stellen zu müssen, so ist ihm ein tüchitg Maulschellen zu geben und er von den zweien Knechten auszudrücken, als bis er wieder Sitt’ und Anstand sein eigen nennt.”
- “§9. Wer gegen diese ordo verstösst, ist zu bestraffen, indem er vor aller Augen sein Gewand von sich werf’ und selbig in den Crambambulitopf steig’, allwo er gut angeröst und ausgekocht und danach als Homo Crambambuli in Spiritus gestellt werden soll. Begeht den Verstoss jedoch ein weiblich Geschöpf, so ist dieses dem Magister Crambambuli zur persönlichen Verfügung zu überlassen.”
- “§10. Das Reich höret auf zu sein, wenn kein Stoff mehr ist.
Dan volgt de Strijd der Elementen:
- Wijn:
- “Gegrüsst sei’st du, hoher Herr! Gegrüsst sei die hohe Corona! Rubinene Zeit bricht herrlich jetzt an in [naam van de club] düsterer Halle. Wein ist mein Name und Wein mein Gebet. Wein ist die Kraft und das Glück! In mir liegt die Klarheit, die Heimat, die Milde, d’rum kehret zum Weine zurück! Wenn ihr mich fragt, wem die Palme gebührt im Wettstreit der drei Elemente : Ich bin die Basis des göttlichen Tranks! Das Zepter mir in die Hände! Auf Heimatboden gewachsen, durchglüht von der Sonne Brand, wie Wein leuchtet das Leben, doch auch voll mäss’gem Verstand. Doch wie’s auch sei, so sei’s d’rum : Adsum!”
- Rum:
- “Gruss dir dir zuvorderst, Herr, Gruss auch den Hernn Studenten! Goldene Zeit bricht herrlich jetzt an in [naam van de club] dunklen vier Wänden. Rum ist mein Name und Rum mein Gebet. Rum ist das Licht und die Stärke! In mir lockt das Starke, das Jähe, das Fremde, heisse Freuden sind meine Werke. So, wenn ihr mich fragt, wem die Perle gebührt im Wettstreit der drei Elementen : Ich bin das Feuer im göttlichen Trank, das Zepter mir in die Hände! Unter Tropenwind wurde ich klar, und das Meer sang mein Wiegenlied. Rotgold gab die Sonne mir und Leidenschaft auch mot. So bin ich – Rum. Adsum!”
- Suiker:
- "Kompliment dir zuerst, hoher Herr, Kompliment den Zechern hier all! Schneeweisse Zeit bricht herrlich jetzt an in [naam van de club] nächtlichem Saal. Zucker mein Name, und Süss mein Gebet. Zucker bindet Rum und Wein. Süss verschmilzt Süsses und Herbes. In mir liegt die Krönung des Tranks, süss ist mein Werk und fein. So, wenn ihr mich fragt, wem die Krone gebührt im Wettstreit der drei Elemente : ich bin die Würze des göttlichen Tranks, das Zepter mir in die Hände! Ich stamme von wogenden Feldern, voll Sonne, Regen und Wind. Kristallweiss die Süsse des Lebens, die Herbes und Heisses verbind’t. Dies is mein Ruhm. Adsum!”
De Magister Krambambuli vervolgt:
- “Genug sei’s, mein Sinn ist’s, den Streut nicht zu schüren. Ihr spracht eure Vorzüge ehrlich. An mir liegt es nun hier den Sieger zu küren, obwohl ihr mir all’ unentbehrlich. Zusammen könnt’ ihr uns’ren Gaumen beglücken, daher bringt herbei eu’re Gaben. Auf dass wir uns baldigst zu aller Entzücken am feinen Krambambuli laben. Wenn dann im Pokale der herrliche Trank : der Jubel im Raume erschalle! Euch, Wein, Rum und Zucker, gebühre unser Dank – die Krone sei über euch alle!”
Hierop volgt de definitieve afwerking:
- Magister Krambambuli:
- “Auf, lasset uns brauen Krambambuli nach dem alten Rezept des noch viel älteren, ehrwürdigen Alchimisten Theophrastus Bombastus vom Nierenstein : Thue Abbruch drei Tag’ und nähre dich vom Wasser, vom Brot und vom verfluchten Fleisch des Burenhundes. Sodaan reinige dich, schreit’ in ein dusteres, abgeschlossenes Gemach und entzünde dreizehn Kerzen, solche gemacht seiend aus dem Talg von Krotten und Katzenthieren! Itzo reib den Salamander auf dem Tisch! Sind die Stöffer präpariert?”
- Corona:
- “Sunt!”
- Magister Krambambuli:
- “Ad exercitium salamandris in honorem Krambambuli omnes surgite!”
- Corona:
- “Surreximus!”
- Magister Krambambuli:
- “Salamander incipit’”
De corona wrijft met de glazen over de tafel en murmelt:
- “Salamander, Salamander, Salamander,…”
- Magister Krambambuli:
- “Eins! Zwei! Drei! Bibite!
Op ‘Eins!’ begint de corona met hun glazen op de tafel te trommelen, bij ‘Drei!’ worden de glazen geheven en drinkt men.
- Magister Krambambuli:
- “Eins! Zwei! Drei!”
Op ‘Drei!’ zet men de glazen met een krachtige slag terug op tafel.
- Magister Krambambuli:
- “Salamander ex! Vivat Krambambuli!”
De corona antwoordt met “Vivat!” en gaat weer zitten.
- Magister Krambambuli:
- “Hast du dieses gethan, so nimm von Eisen ein Gefäss, thue hinein das Best’ vom Wein, vom Zucker und vom kubanischen Inlandswasser! Vom Wein nimm die herbe Klarheit37, vom zucker die würzige Süsse38 und vom kubanischen Inlandswasser die hitzige Starkheit! Mische dies zu rechten Theilen, entzünd’ mit der dreimal gereinigten Flamm’, und also spricht :”
De Magister Krambambuli en de 3 Elementen spreken - stil en geheimzinnig beginnend, daarna steeds luider - samen de volgende bezweringsformule uit:
- “Steig’ aus der Nacht, blaue Flamm’! Aus ew’gem Feur wundersam Wein geworden aus Sonn’! Zucker geworden aus Sonn’! Rum geworden aus Sonn’! So, Sonn’, itzt es nimmer schaffst, leih’ Flamm’ du mir deine Kraft, glüh die drey so fest zusamm’, sintemal durch dich, o Flamm’, nimmer dreu sein’s Elemente, sondern eyns in meine Hände! Aristos und Augustin, Epikur und Fridolin, Demokrit und Franz von Salens, und dort von Milet der Thales, itzo helft zusammen all’, wunderhell werd ’s nun im Saal’ Hexenhammer, Drudenfuss, Beelzebub und Nixenkuss, Alrauenhaar und Mörderhand, Ahasver ziehet durch das Land. Das es gelinge, Flamme jetzt springe, springe und klinge und klinge und singe!”
De laatste zin wordt herhaald terwijl de Magister Krambambuli de met rum doordrenkte suikerkegels aanmaakt. Wanneer de suiker brandt, roepen de 3 Elementen en de Magister Krambambuli:
- “Es ist gelungen! Flamm ist gesprungen im Topfe aus Eisen! Krambambuli! Das Elexier der Weisen!”
Terwijl hij de suikerkegels brandend houdt door er telkens rum bij te gieten (best met een lepeltje!), spreekt de Magister Krambambuli volgende ‘Festspruch’ uit:
- “Besinge, o Muse, den Trank, den sich des Dionysos Söhne heimich gebraut am Olymp, als Zeusvater zeugen gegangen. Köstlicher Wein, gut gemischt mit Früchten vom Baum der Erkenntnis, Zimt und Nelken daze, ein Tropfen vom Samen Apollos, Rausch verbreitender Duft, erhitzt am olympischen Feuer, mildes Aroma, erzielt aus den Tränen von schwangeren Nymphen, all das zuletzt noch verrührt mit dem Schweiss von den Händen Hephaistos’, schliesslich kredenzt von Sirenen, entschlüpft aus des Zeusvaters Lenden, gierig geschlürft von den Männern, gelagert am Tische der Hebe, siehe : ein Schluck nur genügt, schon hebt sich des Priapos Würde! Fruchtbarkeitsspendender Trank! Aus dir wuchs das Volk der Hellenen! Treibt es heute wie sie : Sauft, zeugt, schlaft, zahlt und sterbt aus!”
Na deze feestspreuk, en terwijl de Magister Krambambuli de suikerkegels verder laat branden, wordt het lied ‘Krambambuli, das ist der Titel” gezongen. Tussen de verschillende strofen kunnen geïmproviseerde strofen gezongen worden door de Magister Krambambuli zelf of door leden van de corona. Wanneer de Magister Krambambuli klaar is met de bereiding krijgt de praeses het eerste glas te drinken om het brouwsel voor te proeven. Hij dankt de Magister Krambambuli en laat de drank uitschenken voor de rest van de corona.
Vlaanderen
Onderstaande ceremonie werd door Peter Dirix v/o Kosmos vertaald uit het Duits en voor het eerst uitgevoerd op Plutonica's krambamboelicantus van vrijdag 3 maart 2006.
De senior kondigt een tempus commune af: "Tot de aankomst van de Dominus Crambambuli verleen ik een tempus commune van tien bierminuten!"
Na dit tempus wordt de zaal verduisterd. Er worden 13 kaarsen aangestoken en indien mogelijk wordt er met droogijs rook geproduceerd. Een geluidsinstallatie laat 'Also sprach Zarathustra" van Richard Strauss of de ouverture van de musical 'The Phantom of the Opera' horen. Na ongeveer anderhalve minuut volgt een bliksemschicht en verschijnt de Magister Dominus Crambambuli met de woorden:
- "Silentium stricte! Mijn nederdalen wordt bij dezen bericht!
- "Vacant zijn drie zetels. Drie elementen zijn de bouwstenen van Crambambuli: edele wijn, kostbare suiker en geurende rum."
- "Tot behoeders van dit driegesternte benoem ik commilito NN. aan het contrapraesidium aan mijn rechterhand. Wijn zij uw naam en de fles het teken uwer woorden."
- Wijn verschijnt en spreekt:
- "Wees gegroet, hoge Heer!
- Heerlijke robijnen tijden breken thans aan
- in de duistere halle van Plutonica.
- Wijn is mijn naam en wijn is mijn gebed,
- wijn is de kracht en het geluk!
- In mij ligt de klaarheid, de heimat, de mildheid,
- daarom, keer weder naar de wijn!
- Als u mij vraagt aan wie de krans behoort
- in de wedstrijd der drie elementen:
- Ik ben de grondstof van de goddelijke drank,
- de scepter komt mij toe!
- Gegroeid op de bodem des heimats,
- doorgloeid van de zonnebrand,
- zoals wijn het leven verlicht,
- maar ook vol van sober verstand!
- Hoe het ook zij, zo het weze het daarom! Ad sum!"
- Dominus:
- "Ik zal uw verdienste in beraad houden, maar ook rum heeft zijn aandeel.
- Ik benoem commilito NN. aan het contrapraesidium aan mijn linkerhand! Rum zij uw naam voor de duur mijner heerschappij en een roemrijke rumvlag zij uw banier!"
- Dan spreekt Rum:
- "Ad sum! Ik groet u daar helemaal vooraan, heer!
- Wees ook gegroet, heren en dames studenten!
- Gouden tijden breken thans aan
- tussen de vier donkere muren van Plutonica.
- Rum is mijn naam en rum is mijn gebed,
- Rum is het licht en de sterkte!
- In mij lokt het sterke, het plotse, het vreemde,
- hete vreugde is mijn werk!
- Dus, als u mij vraagt wie de krans behoort
- in de wedstrijd der drie elementen:
- Ik ben het vuur van de goddelijke drank,
- de scepter komt mij toe!
- Onder de tropische wind groeide ik,
- en de zee zong mijn wiegelied.
- Roodgoud gaf de zon mij
- en hartstocht ook daarbij.
- Zo ben ik, rum, ad sum!"
- Dominus:
- "Ook uw bijdrage zal gewaardeerd worden, maar: tres faciunt collegium!
- Commilito NN., ik benoem u aan het contrapraesidium tegenover mij!"
- Suiker spreekt als volgt:
- "Mijn hoge heer, eerst een compliment aan u;
- en ook al de drinkebroers!
- Heerlijke sneeuwwitte tijden breken thans aan,
- in de nachtelijke zaal van Plutonica!
- Suiker, mijn naam, is mijn zoet gebed,
- suiker bindt rum en wijn!
- Zoet versmelt hitte en wrangheid,
- in mij ligt de kroning van de goddelijke drank,
- zoet is mijn werk en fijn.
- Dus, als u mij vraagt wie de krans behoort
- in de wedstrijd der drie elementen:
- Ik ben het kruid, de bekoring van de goddelijke drank
- de scepter komt mij toe!
- Ik stam van wiegende velden,
- vol met zon, regen en wind,
- kristalwit, de zoetheid des levens,
- die hitte en wrangheid verbindt!
- Dat is mijn roem! Ad sum!"
- Dominus:
- "Ook uw bijdrage wordt geëerd! Doch, aan wie komt de prijs?
- Suiker? Wijn? Rum?
- Aan elk van hen de krans, van ieder het beste!
- Sta op en brouw Crambambuli naar het oude recept van de nog oudere, eerbiedwaardige Eulalius Bombastus Rodbardus van Lagerberg:
- Ontzegt u alcoholische dranken voor dry daeghen ende voedt u met water, broodt ende het vervloekte vleesch van den boerenhond! Reinigt u dan, schrijdt naar een duischtere, afgeslootene Kamer en steekt drietien kerschen aan, gemaakt uit den talck van padden en kattenbeesten!
- Aldus gedaan, neemt uit yser eenen vat
[de ketel met opgewarmde krambamboeli wordt de zaal binnengebracht]
- voegt daaraan toe het beste van den wijn, van het stroomend water der Cubanen en van den suiker.
- Van den wijn, neemt de wrange klaarheid
[Wijn ledigt een fles rode wijn in de ketel]
- Van den suiker, neemt de gekruide zoetheid
[Suiker legt de suikerpiramides op het rooster boven de ketel]
- en van het stroomend water der Cubanen, de heete sterkte
[Rum ledigt een deel van de rum over de suikerpiramides]
- mengt dit in de juiste deelen, ontsteekt met driemaal gereinigden vlam en spreekt aldus!"
- Wijn, Suiker en Rum zeggen samen:
- "Stijg uit de nacht, blauwe vlam,
- wonderbaarljk uit het eeuwige vuur,
- wijn geworden uit zon,
- suiker geworden uit zon,
- rum geworden uit zon!
- Dus, zon, waarzonder het nooit gelukt,
- verleent uw kracht aan deze vlam,
- bind de drie zo goed tezamen
- vermits enkel door u, o heilige vlam,
- er nimmer drie zijn der elementen
- maar slechts één in mijn handen!
- Aristoteles en Augustinus,
- Epikoeros en Fridolinus,
- Demokritos, Franciscus van Sales
- en van Milete ginder onze Thales;
- helpt aldus tezamen al,
- wonderklaar wordt het in deze hal!
- Heksenhamer, droedenvoet,
- Beëlzebub en nimfensnoet,
- alruinenhaar en moord'naarshand,
- Ahasverus trekt door het land!"
De Dominus steekt de met rum doordrenkte suikerpiramide aan. Hij zegt:
- "Moge het gelukken
- Vlam, spring en spring en zing en zing!
- Het is het gelukt,
- de vlam is gesprongen
- in de ketel van ijzer!
- CRAMBAMBULI!
- Het elixir der wijzen!"
Om de vlam in stand te houden wordt met een soeplepel telkens opnieuw rum (80%) op de suiker gegoten.
- Dominus:
- "Meesterzanger van NN., commilito NN., geeft nu de toon voor het majestueuze gezang 'Krambambouli'!
- Ad cantandum verbum habes, ad primam!"
Er worden een aantal strofen gezongen, tot de strofe met "l'ordre du Crambambouli".
- Dominus:
- "Cantus sisto!
- Silentium strictissime! Crambambuli waart onder ons!
- Vanwege mijn eigen absolute macht en met Crambambuli's genade roep ik voor deze nacht het tussenrijk van Crambambuli uit, verbied ik elke democratische inmenging in interne en externe drankaangelegenheden, roep de noodtoestand uit en lees u de oude, eerwaardige oorlogsartikelen voor:
- Vernieuwde Zuip-, feest-, straf- en krambamboeliverordening:
- § 1: De drank zij krambamboeli! Wie niet de drank niet drinkt, moet verwijderd worden uit het Rijk, wanneer hij geen ziekte heeft aan de milt, de lever, de blaas of evenzo in de kop. Als iemand dit gebod niet volgt, moet men hem een duchtige oorvijg verkopen en zal hij uit het Rijk naar het vijandelijke buitenland verbannen worden!
- § 2: In deze zaal ligt het Rijk Crambambuli en het is toepasbaar op alle individuen en creaturen die hier wandelen, zitten, vlliegen, kruipen en bewusteloos op de grond liggen. Begrensd wordt het door de vier muren, het houten dak en de bodem uit steen!
- § 3: Het Rijk mag niet verlaten worden, tenzij men wil vreten, zeiken of verse drank halen. Maar dan moet men daarna gehoorzaam terugkomen!
- § 4: Iedereen die te laat komt, drinkt zich in met een glas van onze drank.
- § 5: De drank zal op straffe van hoofd en hals niet verspild worden!
- § 6: Boeren, scheten laten, blèren en keuvelen tijdens het silentium zijn niet geoorloofd!
- § 7: Vreten in het Rijk is niet geoorloofd!
- § 8: Wanneer iemand deze regels niet volgt, wordt hem de drank voor een half uur ontzegd!
- § 9: Als uitvoerend regent draagt Crambambuli zijn commando over aan de Dominus, zijn brave dienaar!
- §10: Het Rijk houdt op te bestaan wanneer er geen drank meer is!"
Er wordt dan verder gezongen met de strofe "Ist mir mein Wechsel ausgeblieben...."/"Is moeders geld nog uitgebleven" tot de strofe met "Und fällt der Bursche durchs Examen...". Intussen worden de vlammen aangehouden door rum op de suiker te gieten. Er wordt verdergezongen zolang de suiker niet volledig gekarameliseerd is.
- Dominus:
- "Cantum sisto!
- Slechts een ding vertel ik u daarom,
- in het aangezicht van Suiker, Wijn en Roem:
- Ik heb, ach, filosofie,
- juristerij en medicijnen
- en ook ook met grote moeite
- de kunst Crambambuli bestudeerd!
- Hier sta ik nu, ik oude dwaas,
- en heb dorst als nooit tevoren;
- geen enkele hond zou langer kunnen leven,
- als men hem geen Crambambuli zou geven.
- Ik heet Magister ofte Dominus,
- ik celebreer reeds meer dan twaalfentwintig jaar,
- nog steeds bevreesd om mijn rijbewijs,
- Crambambuli, de toverdrank!
- Dat men erkenne wat de wereld
- in zijn binnenste tezamen houdt
- Ik keek reeds menigmaal
- in de ogen van een bevallig dame,
- dus laat mij nu even mijn woorden zoeken:
- Rode hete vriend, verschijn aan mij!
- Laat mij sap en bier vergeten
- En terwijl de Dominus u enkel onderwijst,
- luister ik naar u, o kostbare geest!
- Genoeg, mijn droge keel doet weer zeer!
- Wij Plutonicanen zullen hier nog lang vertoeven,
- laat het ritueel beginnen,
- in deze zaal, voor de laatste maal!
- Ad ultimam omnes!"
De laatste strofe wordt gezongen.
- Dominus:
- "Bedankt voor de mooie cantus, mijn coronabroeders. Leegt uw glazen, maakt plaats voor de edele drank!
- COLLOQUIUM!!"
Hierna gaat de cantus verder onder leiding van de dominus, tot wanneer de krambamboeli op is. Daarna draagt de dominus het commando terug over aan de praeses.
Lied
Duitsland
Crescentius Coromandel (Christoph Friedrich Wedekind)
Het Duitse lied Krambambuli is gebaseerd op Der Krambambulist. Ein Lob-Gedicht über die gebrannten Wasser im Lachs zu Danzig dat maar liefst 49 strofen telde. Het werd in 1745 in Halle (Duitsland) geschreven en twee jaar later voor het eerst gepubliceerd door Christoph Friedrich Wedekind onder het pseudoniem Crescentius Coromandel. Hij ging nog een stap verder en publiceerde een versie met 102 strofen.
Vorbericht
Zur Prob und auch zum Spaß hab ich hier ausgeführet,
Daß oft der blosse Reim den Denckungsstoff gebieret,
Mir gab ein guter Freund Gelegenheit dazu;
Indessen lag bey mir das Manuscript in Ruh,
Und hätt's des Gönners Hand nich aus dem Staub gezogen,
So wär es nimmermehr im Druck herum geflogen.
Ihr Herren Sprachwardeins, Kunstrichter sonst genannt,
Fällt euch von ohngefähr dies Blätchen in die Hand,
Ey nun! so bitt ich euch, gestrenge Klaritäten,
Ihr wollet dieses Lied mit eurem Kiel nicht tödten.
Es ist geistreich genug, und hat vielleicht mehr Kraft,
Als manch gelehrter Schweiß im schwartzen Dinten-Saft;
Glaubt nicht, daß ich hiebey den Musenberg geplündert,
Auch hat sich mein Gehirn durch's Denkennicht vermindert.
Ich habe die Geburt meist in schlafloser Nacht,
Und zwar im Lager nur erst jüngst zur Welt gebracht.
Klappt mancher Reim unteutsch, so schmählt nicht auf den Dichter,
O! schmählt aufs Alphabeth, ihr teutschen Silbenrichter,
Ich dencke nicht, daß euch der Istentittel schreckt,
Dieweil, dem Wesen nach, nichts ketzersch drinnen steckt.
Fragt ihr, was soll das I so oft in Ohren schallen?
So wißt, dem Autor hat der Klang so wohl gefallen;
Und, wenn ihr höflich seyd, ihr Herren Critici,
So danck ich euch dafür. Prost! im Krambambuli.
- Ein Günther schreibt das Lob vom Knaster,
Das Canitz ebenfalls erhebt;
Ich weiß auch, daß dies Lebens-Pflaster
Bey Dichtern stets im Ansehn schwebt.
Ich nehm ein Stück aus der Chymie,
Und schreibe vom Krambambuli.
- Der singt von Chloris Rosen-Wangen,
Und der von Phillis Lilgen-Brust,
Der seuffzt mit schmachtendem Verlangen,
Nach Galatheens Augen-Lust,
in jeder hat hier sein Genie,
Ich singe vom Krambambuli.
- Zwar giebt anitzt das Frauenzimmer
Den Lorbeer-Kranz durchgehnds zu Lehn,
Es muß von ihrem Putz und Schimmer
So manche Ode schwanger gehn,
Doch sing ich ohne Felonie,
Die Tugend des Krambambuli.
- Ich bin dem artigen Geschlechte
Dem ohngehindert treu und hold,
Ich hab' auch, wenn ich pralen mögte,
Den Jungfern manchen Reim gezollt;
Nun laß ich die Galanterie,
Und singe vom Krambambuli.
- Ich singe. Steht mir bey, ihr Musen.
Apollo stimm das heischre Rohr,
Begeistre mich, entflamm den Busen,
Spiel nur ein Probestückchen vor,
Gieb mir den Stoff, die Melodie
Zum herrlichen Krambambuli.
- Besäß ich Noris Weisheits-Trichter,
Das Pegnitzsche Palladium,
So wär' ich ein beredter Dichter,
Und flehte keine Götter drum;
Ich schriebe flugs zum Impromptü
Zwölf Bogen vom Krambambuli.
- Allein, ich brauche fremder Hülfe,
Ich bin kein Elb- noch Oderschwan,
Ich quinkelier auf dürrem Schilfe;
Drum, Pallas! bring mich auf die Bahn,
Streu Blumen der Allegorie
Aufs Thema vom Krambambuli.
- Gesucht, gewährt: ja, ja, ich schwitze,
Mir wird ums Diaphragma warm,
Wie schlägt der Puls! wie fliegt die Hitze!
Die Geister kommen in Allarm,
Ich schäume fast in Extasi,
O! freue dich, Krambambuli.
- Steigt aus der Gruft, ihr morschen Glieder,
Gronow und Gräwe tritt heran!
Reuchlin und Aristarch kommt wieder,
Sciopp und Voß, und Priscian,
Entdeckt die Etymologie
Vom edlen Wort: Krambambuli.
- Doch halt! die Hoffnung ist verschwunden,
Die Todten stehn nicht wieder auf;
Drum wend ich mich zu den Gesunden,
Und bitte nach Gelehrtem Lauf:
Ihr unpartheyschen Critici,
Kunstrichtert den Krambambuli.
- Ihr, die doch alles glaubt zu wissen,
Wie der Magnet das Eisen zieht,
Wie Ebb' und Flut natürlich fliessen,
Warum der Aetna Funcken sprüht,
Entdeckt mir denn ihr Pansophi,
Den Ursprung vom Krambambuli.
- Ihr werdet ungehalten brummen,
Wenn man euch Ignoranten heist;
Doch wett' ich, mancher wird verstummen,
Den man sonst Polyhistor preist.
Selbst Morhofs Polyhistorie
Erwehnt nichts vom Krambambuli.
- In des von Hohberg Haußhalts-Buche,
Was Coler und Florini schreibt,
Ist, wenn ich mich zu tode suche,
Dein Nam' nicht einmal einverleibt.
Dem grossen Bayl und Moreri
Entwischtest du Krambambuli.
- O! welch ein würdiger Artickel!
Ins allgemeine Lexikon;
Da schreibt man ja vom Pumpernickel,
Welch Lob trügst du denn nicht davon?
Ihr Herren Lexikographi,
Besorget den Krambambuli.
- Ihr, die mit so viel Wochenblättern
Das Reich der Wissenschaft beschwert,
Soll Fama eur Geschlecht vergöttern,
So, daß es zum Orion fährt;
So nehmt in eure Kotterie
Zum Vorwurf den Krambambuli.
- Ich könnte hier weitläufig zeigen,
Den Grund, das Stamm- und Ursprungs-Wort,
Allein aus Kürtze will ich schweigen,
Und eile zu dem Hauptwerck fort,
Ich meyne, von der Theorie
Zur Praxin des Krambambuli.
- Zwar les' ich nicht auf der Katheder,
Vielweniger pro rostris ab;
Doch würck ich mehr mit meiner Feder,
Als dort Merkur mit seinem Stab.
Merckt auf ihr Herrn Empyrici,
Ich handle vom Krambambuli.
- Krambambuli, du mein Ergötzen!
Du meiner Lippen süsse Lust,
Wie zart kanst du die Zunge letzen!
Wie wohl bekömmst du meiner Brust!
So sehr ich sonst den Brandtwein flieh,
So gern trinck ich Krambambuli.
- Wie, wenn Aurorens Purpur glühet,
Und sich mit Phöbus Stralen schmückt,
Wenn Florens Rosen-Zierde blühet,
Und sich an Juno Busen drückt,
So würtzend die Orangerie,
So riecht, so gläntzt Krambambuli.
- Du Quintessentz der starcken Geister,
Balsamscher Wurtzeln beste Kraft,
Du Lebensöl, du Sorgenmeister,
Du bists, der mir Erquickung schafft,
Des Abends spät, des Morgens früh,
Trinck ich ein Glas Krambambuli.
- Du Krone lieblicher Geträncke,
Du Europäscher Surasaft,
Wenn ich an deinen Namen dencke
werd ich entzückend hingeraft,
Du Schutz-Geist der Oekonomie,
Fürtreflicher Krambambuli.
- Krambambuli, so heist dein Tittel,
Womit dich ein Starost beehrt,
Du bist das süsse Labungs-Mittel,
Das Dantzigs Officin gewährt,
Halb klingst du Teutsch, halb Popolsky,
Recht majestätsch Krambambuli.
- Man zehlte nur vier Monarchien,
Wie Hübner und sein Anhang spricht,
Anitzt sieht man die fünfte blühen,
Die hat dein Ansehn aufgericht,
Die malvasiersche Monarchie
Die stiftest du, Krambambuli.
- Dein Regiment ist sehr gelinde,
Und führet keine Bitterkeit,
Du hängst den Mantel nach dem Winde,
Und schickst dich in die böse Zeit;
Darum ihr Herrn Politici
Rath ich euch zum Krambambuli.
- Achilles, Hecktor, Alexander,
Und Scipio und Hannibal,
Sind prächt'ge Namens mit einander,
Und von sehr kriegerischem Schall;
Doch reimet Montecuculi
Am schönsten zum Krambambuli.
- Dich ehren grosse Herrn und Printzen,
Bey Tafel zierst du das Dessert;
In Poln- und Preußischen Provintzen
Hält dich der Adel hoch im Werth,
Da trincken Du, Er, Wir, Ihr, Sie
Krambambuli, Krambambuli.
- Von Woywoden und Magnaten
Bist du ein rechter Favorit,
Du schmeckst zum Kohl, du schmeckst zum Braten,
Du schmeckst zum Thorner Kuchenschnitt,
Zum polnschen Bock, Trompetmarie
Da paßt ein Glaß Krambambuli.
- Wenn in den Elysäschen Auen,
Wie Alkoran und Talmud schreibt,
Der Wollust Paradies zu schauen,
Wo man vergnügt die Zeit vertreibt;
So schwör ich beym Bart des Mufti,
Man trinckt dort auch Krambambuli.
- Hielt Jupiter in seinem Reiche
Noch itzt ein stattliches Bancket;
Wenn unter der geweyhten Eiche
Das Götter-Volck Redouten hätt',
Er gäbe nach der Symmetrie
Erst Necktar, denn Krambambuli.
- Wenn mancher Koch den Vortheil wüste
Womit die Küch in Dantzig prangt,
Ich wette, daß er kommen müste,
Er würde nach Paris verlangt,
Und macht an statt Jus und Coulie,
Die Sosen von Krambambuli.
- O! wär Homerus noch am Leben,
Und Flackus und Anackreon,
Wie würden sie dich nicht erheben,
Du trügst den Epheu-Krantz davon,
Catull schrieb eine elegie
Zum Lobe des Krambambuli.
- Pythagoras, der für die Seelen
In seiner Zeit Quartier gemacht,
Würd' auch für dich ein Plätzgen wählen.
Ovidius hätt dich bedacht;
In seiner Metamorphosie
Stündst du voran Krambambuli.
- Wenn Pietsch, der grosse Pietsch, noch sünge,
Der Flammen-reiche Lohenstein,
Wenn Amthors Harfe itzt noch klünge,
Du müßtest mit im Spiele seyn,
Die Thaten des Eugenii
Besäng er beym Krambambuli.
- Kämst du zu den entfernten Zonen,
Dich betete der Barbar an;
Da, wo die wilden Cassers wohnen,
Von Peru bis nach Indostan,
Beym güldnen Fluß Mißißippi
Verehrt man dich Krambambuli.
- Ihr, die den Ocean durchkreutzet,
Und überall Plantagen macht,
Ihr, die nach fremden Schätzen geitzet,
Warum habt ihr nicht dran gedacht?
Und schickt auch eine Colonie
Zur Aufnahm des Krambambuli.
- Du bist ein Geist für feine Geister,
Nicht für jedweden Mummen-Knecht.
Das braune Bier macht dick und feister,
Allein es nährt die Seele schlecht.
O! güldne Regula Detri,
Punsch, Bischof und Krambambuli.
- Du wärmst das Hirn, erfrischst die Sinnen,
Stärckst das Gedächtniß, schärfst den Witz;
Bey dir kan Faulheit nichts gewinnen,
Der Fleiß behauptet seinen Sitz;
Ist einer nur kein menschlich Vieh,
So hilft ihm der Krambambuli.
- Soll ich Caffee und Thee geniessen,
So perlt dein rothes Feur im Glaß,
Eh will die Feder mir nicht fliessen,
Ich schmecke denn dein köstlichs Naß,
Wie lieblich klingt die Poesie
Nach einem Schluck Krambambuli.
- Ist mir der Wechsel ausgeblieben,
Hat mich das Spiel labet gemacht;
Hat meine Doris nicht geschrieben,
Wird mir ein Trauer-Brief gebracht,
Vertreib ich die Melancholie
Mir durch ein Glaß Krambambuli.
- Soll ich die Jungfern careßiren,
Und ein beredter Schmeichler seyn,
Die Täntzerin manierlich führen,
So schenck ich erst ein Schnäpsgen ein,
Alsdenn so gehts ohn alle Müh,
Das thut der Geist Krambambuli.
- Laß den Apthecker distilliren
Rataffia und Persico,
Laß ihn Carminative schmieren,
Sein Rosolis macht mich nicht froh,
Sein Aquavit benimmt doch nie
Den Preiß von dem Krambambuli.
- Laß Franckreich, Welsch- und England prahlen
Mit ihrem treflichen Liqueur,
Ich werde nichts dafür bezahlen,
Er findet bey mir kein Gehör;
Weg mit der Charlatanerie,
Solider ist Krambambuli.
- Ihr, die ihr mit Liqueuren handelt,
Und ihr Geschlechts-Register schreibt,
In Mompellier hat sichs verwandelt,
Weil mans in Dantzig höher treibt,
Setzt in die Genealogie
Den Groß-Papa Krambambuli.
- Ihr weichlinge schlurft Chocolade,
Madera, Seckt und Frontignac,
Trinckt Mandelmilch und Limonade,
Ich bin von männlicherm Geschmack,
An statt Alkerms und Sellerie
Trinck ich ein Glaß Krambambuli.
- Braust mirs im Kopf, druckt mich der Magen,
Vergeht mir Appetit und Lust,
Wenn mich die Flatulentzen plagen,
Fällt ein Catharr mir auf die Brust,
So reib ich Schläf, und Bauch, und Knie
Mit laulichem Krambambuli.
- Kein Pulver brauch ich, keine Pillen,
Nicht Theriac, noch Mithridat.
Ich lasse der Natur den Willen,
Und neben her bist du mein Rath,
Statt der Mixtur des Medici
Gebrauch ich den Krambambuli.
- Die Vipernkur ist mir zuwider,
Benebst dem eau de mille Fleurs,
Das laß ich euch, ihr schwachen Brüder,
Und was dergleichen Zeuges mehr.
Trinckt Eselsmilch, melckt Geiß' und Küh,
Ich halt es mit Krambambuli.
- Ihr Schönen, quälen euch die Dünste?
Plagt euch das Miltz und Mutterweh;
So bauet nicht auf Weiber-Künste,
Glaubt, daß ich auf eur Bestes seh,
Ich schreib euch ein Recept in I,
Probatum est Krambambuli.
- Trinckt Wasser, wie die Bürstenbinder,
Reis't nach Pyrmont und Schwalbach zu,
Mein Dantziger treibt viel gelinder,
Befördert Dauung Schlaf und ruh,
Was soll die mineralsche Brüh?
Gesunder ist Krambambuli.
- Wär Aeskulap noch itzt vorhanden,
Hippocrates und Trismegist,
Du machtest ihre Kunst zu schanden,
Nebst Paracelsens feiner List,
Gicht, Colic, Stein, Hypochondrie
Verschwinden im Krambambuli.
- O! glaubet mirs, ihr starcken Britten,
Daß der Genever euch verdirbt,
Wie mancher hat nicht dran gelitten,
Wenn er in besten Jahren stirbt.
Die Zettel of mortality
Verringert der Krambambuli.
- Bestimmt, ihr Temperamentirer,
Was sanguis und was pflegma sey,
Ihr seyd doch nichts als blinde Führer,
Eur Temp'rament ist Quackeley,
Und wärt ihr gleich Cholerici,
So dient euch doch Krambambuli.
- Schlüg Eisenbart, der Kranckheitsstürmer,
Noch jetzo seine Bühnen auf,
Du wärst sein mächtigster Beschirmer,
Halb Teutschland brächtest du in Lauf.
Ich wett, er rief cum emphasi,
Ihr Leute! kauft Krambambuli.
- Du stündest wohl in grossen Gnaden
Beym Könige von Arracan,
Die Jungfern müsten in dir baden,
Wie manche käm da nicht zum Mann?
O! Schwestern der Coqueterie,
Besprengt euch mit Krambambuli.
- Electrisirt euch, sprühet Funcken,
Tret't auf Calfonium und Pech,
Ein Glaß Krambambuli getruncken,
Stößt allen bösen Schwefel weg,
Und reiniget die Phantasie,
Drum ehr ich den Krambambuli.
- Ich bin kein Schweiß- noch Aderlasser,
Man darf mir auch kein Zäpfgen drehn,
Arquebusad und Theer-Wasser,
Laß ich auf ihren Werth bestehn.
Doch sag ich keck, was gelten die?
Beym herrlichen Krambambuli.
- Wär' ich noch itzund ein Studente
Von dem berühmten Saal-Athen,
Wenn ich noch mit dem Raufer rennte,
Du müstest mit dorffatim gehn,
Ich trüncke gleich a bon ami
Sechs gantze vom Krambambuli.
- In Teutschland wird in grossen Städten
Der Willkommsbecher ausgeleert;
Wenn fremde Herrn ins Zimmer treten,
So werden sie hiemit beehrt.
O! güldnes Horn von Osterby,
Hätt ich dich voll Krambambuli.
- Auf Masqueraden und auf Bällen,
Nimmt man Erfrischungs-Sachen ein;
Du dienest uns in beyden Fällen,
Du must auch auf dem Fasching seyn,
Zur Opera, zur Comödie,
Gebraucht man dich Krambambuli.
- Auf Reisen must du mich begleiten,
Und auf der Jagd spornst du den Ritt,
Laß Wind und Wellen immer streiten,
Dein Flaschenfutter wandert mit;
Und wenns auch frör, ich weiß nicht wie,
So wärmt mich der Krambambuli.
- Bin ich im Wirthshauß abgestiegen,
Als ein eilfertiger Courier,
So laß ich Käs' und Butter liegen,
Und greif erst nach dem Propfenziehr,
Denn bläst der Postknecht tantari
Zu einem Glaß Krambambuli.
- Hat in den schwülen Sommertagen
Die Mattigkeit den Leib gestreckt,
So darf ich keinen Trunck nicht wagen,
Der gählings das Geblüt erschreckt;
Wenn ich nun fast von Hitze glüh
So kühlt mich der Krambambuli.
- Soll ich für meinen König fechten,
Fürs Vaterland zu Felde gehn,
So blitzt der Stahl in meiner Rechten,
Und du must in der Lincken stehn;
Wenn ich durch Dampf und Neben zieh,
So stärckst du mich Krambambuli.
- Im Lager, unterm leinen Dache,
Wo's öfter schmal und knapp hergeht,
Bey dem Picket, und auf der Wache,
Früh Morgens, wenn der Hahne kreht:
Kikirreki kikirreki!
Trinck ich ein Glaß Krambambuli.
- Ich bin ein Freund vom rheinschen Weine,
Dieweil er mich als Landsmann kennt,
Und gutem Mosler, wie ich meyne,
Wird auch mit Recht ein Platz gegönnt,
Im Fall der Noth entbehr ich sie,
Und trinck ein Glaß Krambambuli.
- Fort, packet euch, ihr Fuselirer,
Ihr Finnlandshelden bleibt zu Hauß,
Ihr Finckeljochens Triumphirer
Schwermt immerhin bey eurem Schmauß,
Ihr kommt nicht in die Companie
Vom ehrlichen Krambambuli.
- Ihr Grillenfänger muckt im Neste,
Und ihr Calmeuser hängt den Kopf,
Ich rauch ein Pfeifgen, lade Säfte,
Und bin kein murrscher Sauertopf,
Ich hasse die Mysantropie
Und trinck ein Glaß Krambambuli.
- Ihr die ihr aufs Verhängniß fluchet,
So bald euch ein Adeptus geckt,
Die ihr den Stein der Weisen suchet,
Dieweil ihr voller Thorheit steckt,
Verbannt den Rauch der Alchymie,
Und distillirt Krambambuli.
- Wie zanckt nicht mancher Schulmonarche,
Sich um ein Wort von Cicero,
Er critisirt den Bau der Arche,
Und schreibt nichts, als in Folio,
Ich lache der Pedanterie,
Und trinck ein Glaß Krambambuli.
- Häcceitas und Quidditäten,
Sydroxylon, Apocope,
Zerhacket man in Schulpasteten,
Wie Barbara und Cesare,
Probirts, ihr Herrn Scholastici,
Abstracter schmeckt Krambambuli.
- Was man von Würckungen der Seelen,
Vom Einfluß in den Körper hält,
Das mag ein Philosoph erzehlen,
Und welch Systema ihm gefällt.
Die allerbeste Harmonie,
Ist, frisch Geblüt, Krambambuli.
- Fürm bösen Feind, Kobold und Hexen,
Macht man ein Kreutz und segnet sich.
Weyhwasser stärckt Nerv und Flechten,
Bewahrt fürm Scorpionenstich;
Drum bitt ich euch, ihr Clerici,
Weyht mir auch den Krambambuli.
- Sollt ich die Poltergeister bannen,
Die mancher Schwindelkopf entdeckt,
So trieb ich sie Lateinsch von dannen,
Wie jener Pfaffe sie erschreckt,
Heus! exi, mali Spiriti,
Hier kommt der Geist Krambambuli.
- Wär ich zum grossen Herrn gebohren,
Wie Theodor und Koulikan,
Ich hätt' ein Ordensband erkohren,
Und stickte die Devise dran:
Toujours gaillard et sans souci,
C'est l'ordre de Crambambuli.
- Den Möpsgens hat man ja zu Ehren
Dergleichen längstens ausgedacht,
Ein Pudel muß die Reih vermehren,
Und wird zum Ordensbild gemacht,
Nun bist du ohne Flatterie,
Weit edler doch Krambambuli.
- Mit vielen Kostbarkeit und Schätzen
Prangt dort Florentz, und hier Paris,
Doch hab ich was dran auszusetzen,
Und wers verlangt, dem nenn ich dies,
In ihrer Gläsergallerie
Fehlts Gläßgen zum Krambambuli.
- Spanjol, beschmutzte Kost der Nasen,
Du bist für mich kein Zeitvertreib,
Die Stutzer mögen immer rasen,
Es brüste sich ein gallisch Weib,
Und lispel ein verzwicktes Fi!
So trinck ich doch Krambambuli.
- Ich bin von wenig Complimenten,
Ich denck' und red' und schreibe frey,
Ich zehre nicht von fremden Renten,
Doch bleib ich meinem Maul getreu,
Und leist ihm diese Garantie
In einem Glaß Krambambuli.
- Zuweilen spiel ich auf der Flaute,
In einem kühlen Lustrevier,
Und meine Doris greift die Laute,
Auch sing ich öfters zum Clavier:
Stelle! quando sarà quel di,
Da capo im Krambambuli.
- Ich gehe nicht auf krummen Stegen,
Ich setze keinem Hörner auf,
Mich soll kein geiles Weib bewegen,
Ich laß den Mantel ehr ihm Lauf.
Viel besser ist die Courtesie
Mit einem Glaß Krambambuli.
- Sollt ich dereinst zur Hochzeit schreiten,
Mit einer tugendhaften Braut,
So laß ich kein groß Mahl bereiten,
Wenn mich der Priester angetraut,
So geb ich ohne Cer'monie,
Coffee, Biscuit, Krambambuli.
- Von vielem Kummer, Gram und Harme,
Wird man in besten Jahren alt,
Kein Schmincken hilft, kein eau de Carme,
Die Glieder sind und bleiben kalt.
Ihr, von der grossen Confrerie,
Sucht Trost in dem Krambambuli.
- Ihr Grübler der Nativitäten,
Die auf das Künftige punktirt,
Ihr Kabbalistischen Propheten,
Eur Drohen hat mich nie gerührt,
Die Träume der Astrologie
Zerfladdern im Krambambuli.
- Ich halte sehr auf gute Sitten,
Auf Zucht und auf Religion,
Doch hab ich nie mich drum gestritten,
Ich laß den Pabst auf seinem Thron.
Ihr Fechter der Orthodoxie,
Macht Frieden beym Krambambuli.
- Ich nenne mich nach keiner Secte,
Obs heut zu Tag gleich Mode ist,
Wenn da das Heilig seyn in steckte,
So wärs Cartouch und Nickel List.
Ein Narr frohnt der Bigotterie,
Ich trinck ein Glaß Krambambuli.
- Der Kuckuck hole die Processe,
Wobey man den Clienten zwickt;
Wenn ich mein Brod geruhig esse,
So bleibt der Beutel ohngepflückt.
Ihr zänckschen Herrn Krumpifici,
Vertragt euch beym Krambambuli.
- Ich strebe nicht nach hohen Dingen,
Die Welt hegt lauter Unbestand.
Mein Wünschen wird mir doch gelingen,
Ich küsse der Fürsehung Hand,
Mein Wahlspruch in der Lotterie
Heist: prosit der Krambambuli.
- Mein gröster Reichtum ist Vergnügen,
Im Hertzen wohnt Zufriedenheit,
Der Mammon soll mich nicht betriegen,
Mein Ehrgeitz ist Gleichgültigkeit.
Ich trotze Mogul und Sophi
Mit Dantziger Krambambuli.
- Ein jeder Tag hat seine Plagen,
Jedweder Mensch bekömmt sein Pfund,
Drum will ich meins geduldig tragen,
Und trocknet mir der Gaum im Mund,
So trinck ich (in Parenthesi)
Ein Gläßgen vom Krambambuli.
- Man rufet an verschiednen Orten,
Den Himmel um den Lachsfang an,
Und, wenn man mit erhabnen Worten,
So gar fürs Standrecht bethen kan,
Mit Gunst ihr Herrn Theologi,
So gilts auch beym Krambambuli.
- Die Flüchtigkeit von diesem Leben
Bildt sich in deinen Farben ab,
So wie sich hier die Dünste heben,
So steigt und fällt das Glück ins Grab,
Dies lehret die Anatomie
Von einem Glaß Krambambuli.
- Und muß ich denn auch endlich sterben,
Soll nun mein Geist von hinnen gehn,
So kan der Körper nicht verderben,
Sein Stoff bleibt unverweßlich stehn,
Und wird gleichsam durch Sympathie
Versteinert im Krambambuli.
- Drum Virtuosen setzt euch nieder,
Erhebt dies ambrosinsche Naß,
Durch eure wohlgestimmte Lieder.
Füllt öfters das vergnügte Glaß,
Besingt im Thone, ut-re-mi-
Fa-so-la- den Krambambuli.
- Ihr Martissöhne bleibt zurücke,
Last Dantzigs Mauren doch in Ruh,
Und wirft euch schon das Kriegsgeschicke
Mit ofnem Thor die Schlüssel zu.
Ey! so verschont nur dort und hie
Im Lachse den Krambambuli.
- Wie jeder, der nach Rom hinreiset,
Fürnemlich den Pantoffel küßt;
So wird, wie Dantzigs Kronick weiset,
Das Hauß im Lachs zuerst begrüst,
Wie mancher hält da nicht Revü
Vorm General Krambambuli.
- Ihr, die von Trinck- und Essewaaren
Ein fettes Plus zu ziehen wißt,
Laßt den Projekten-Kitzel fahren,
Der öfters eur Verderben ist,
Zum wenigsten ihr Plusfici,
Bedrängt nicht den Krambambuli.
- Ihr losen Wirth', ihr Marketender,
Verfälscht den Wein und tauft das Bier,
Ihr Pfuscher, ihr Essentzenschänder,
Ich warn euch, nur probirts nicht hier;
Ihr kommt sonst an die Pilori,
Zur Strafe des Krambambuli.
- Wer über die Krambambulisten
Sein höhnisch Maul aus Mißgunst rümpft,
Den halt ich nicht für einen Christen,
Weil er auf Gottes Gabe schimpft,
Ich geb ihm, wenn er Zeter schrie,
Kein Tröpfgen vom Krambambuli.
- Laß Zoilum die Feder schärfen,
Wenn er in diese Blätter schielt,
Dein Lob soll er nicht niederwerfen,
Wenns gleich die Tadelsucht befiehlt,
Ob Momus Gift und Galle spie,
Du heist und bleibst Krambambuli.
- Du steigst im Werth, wirst täglich älter,
Drum wird der Rang dir nie geraubt,
Wenn mancher zu dem Lachsbehälter
Den Schlüssel schon zu haben glaubt.
Für der verstellten Maskopie
Fürchst du dich nicht Krambambuli.
- Ihr Lehrer aus der Weisheitsloge,
Ihr Meister königlicher Kunst,
Venedigs eingebildter Doge,
Erwirbt sich nimmer so viel Gunst;
Drum Brüder der Massonnerie,
Eur Wohlseyn im Krambambuli.
- Nun, Bürger von dem Weichselstrande,
Ihr Mennonisten habet Danck,
Es geh euch wohl zu Schif und Lande,
Gott segne euren Necktartranck.
Leb, edles Dantzig, grün und blüh,
Tusch! Vivat dein Krambambuli.
Allgemeines Deutsches Kommersbuch
Het 102 verzen tellende schertslied kreeg al snel grote bekendheid en werd verschillende keren herschreven. Een variant met 11 strofen werd later opgenomen in het Allgemeines Deutsches Kommersbuch, waardoor het lied een van de bekendste studentenliederen werd.
Tekst: Christoph Friedrich Wedekind 1745
Melodie: volkswijsje uit de achttiende eeuw (Otto Deneke, Göttingen?)
- Krambambuli, das ist der Titel
des Tranks der sich bei uns bewährt.
Er ist ein ganz probates Mittel,
wenn uns was Böses widerfährt.
Des Abends spät, des Morgens früh
trink' ich ein Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli.
- Bin ich im Wirtshaus abgestiegen,
gleich einem großen Kavalier,
dann laß ich Brot und Braten liegen
und greife nach dem Pfropfenziehr;
dann bläßt der Schwager tantari
zu einem Glas Krambambuli.
- Reißt mich's im Kopf, reißt mich's im Magen,
hab ich zum Essen keine Lust;
wenn mich die bösen Schnupfen plagen,
hab ich Katarrh auf meiner Brust:
was kümmern mich die Medici?
Ich trink ein Glas Krambambuli.
- Wär ich zum großen Herrn geboren,
wie Kaiser Maximilian,
wär mir ein Orden auserkoren,
ich hängte die Devise dran:
"Toujours fidèle et sans souci,
c'est l'ordre du Crambambuli."
- Ist mir mein Wechsel ausgeblieben,
hat mich das Spiel labet gemacht,
hat mir mein Mädchen nicht geschrieben,
ein'n Trauerbrief die Post gebracht:
dann trink ich aus Melancholie
ein volles Glas Krambambuli.
- Ach wenn die lieben Eltern wüßten
der Herren Söhne große Not,
wie sie so flott verkeilen müßten,
sie weinten sich die Äuglein rot!
Indessen thun die filii
sich bene beim Krambambuli.
- Doch hat der Bursch kein Geld im Beutel,
so pumpt er die Philister an
und denkt: Es ist doch alles eitel,
vom Burschen bis zum Bettelmann;
denn das ist die Philosophie
im Geiste des Krambambuli.
- Soll ich für Ehr und Freiheit fechten,
für Burschenwohl den Schläger ziehn,
gleich blinkt der Stahl in meiner Rechten,
ein Freund wird mir zur Seite stehn.
Dann trinkt man nach gehabter Müh
ein volles Glas Krambambuli!
- Ihr dauert mich, ihr armen Thoren,
ihr liebet nicht, ihr trinkt nicht Wein:
zu Eseln seid ihr auserkoren,
und dorten wollt ihr Engel sein,
sauft Wasser, wie das liebe Vieh,
und meint, es sei Krambambuli.
- Krambambuli soll mir noch munden,
wenn jede andre Freude starb,
wenn mich Freund Hein beim Glas gefunden
und mir die Seligkeit verdarb:
ich trink mit ihm in Kompagnie
das letzte Glas Krambambuli.
- Wer wider uns Krambambulisten
sein hämisch Maul zur Mißgunst rümpft,
den halten wir für keinen Christen,
weil er auf Gottes Gabe schimpft;
ich gäb ihm, ob er Zeter schrie,
nicht einen Schluck Krambambuli.
KV-Versie
- Krambambuli, das ist der Titel
Des Tranks, der sich bei uns bewährt;
Er ist ein ganz probates Mittel,
Wenn uns was Böses widerfährt.
|: Des Abends spät, des Morgens früh
Trink ich mein Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Dich ehren große Herrn und Prinzen,
Bei Tafel zierst du das Dessert;
In Poln- und Preußischen Provinzen
Hält dich der Adel hoch im Wert,
Da trinken Du, Er, Wir, Ihr, Sie
Krambambuli, Krambambuli.
- Oh! wär Homerus noch am Leben,
Und Flakkus und Anakreon,
Wie würden sie dich nicht erheben,
Du trügst den Epheu-Kranz davon,
Catull schrieb eine Elegie
Zum Lobe des Krambambuli.
- Ist mir mein Wechsel ausgeblieben,
Hat mich das Spiel labet gemacht,
Hat mir mein Mädchen nicht geschrieben,
Ein'n Trauerbrief die Post gebracht:
|: Dann trink ich aus Melancholie
Ein volles Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Braust mirs im Kopf, drückt mich der Magen,
Vergeht mir Appetit und Lust,
Wenn mich die Flatulenzen plagen,
Fällt ein Catharr mir auf die Brust,
Statt der Mixtur des Medici
Gebrauch ich den Krambambuli.
- Bin ich im Wirtshaus abgestiegen
Gleich einem großen Kavalier,
Dann lass ich Brot und Braten liegen
Und greife nach dem Pfropfenzieh'r,
|: Dann bläst der Schwager tantari
Zu einem Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Wär ich zum grossen Herrn geboren,
Wie Kaiser Maximilian,
Ich hätt' ein Ordensband erkoren,
Und stickte die Devise dran:
Toujours gaillard et sans souci,
C'est l'ordre de Krambambuli.
- Sollt ich dereinst zur Hochzeit schreiten,
Mit einer tugendhaften Braut,
So lass ich kein groß Mahl bereiten,
Wenn mich der Priester angetraut,
So geb ich ohne Cer'monie,
Kaffee, Biskuit, Krambambuli.
- Ihr dauert mich, ihr armen Toren,
Ihr liebet nicht, ihr trinkt nicht Wein:
Zu Eseln seid ihr auserkoren,
Und dorten wollt ihr Engel sein,
|: Sauft Wasser, wie das liebe Vieh,
Und meint, es sei Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Wer wider uns Krambambulisten
Sein hämisch Maul zur Mißgunst rumpft,
Den halten wir für keinen Christen,
Weil er auf Gottes Gabe schimpft,
|: Ich gäb ihm, ob er Zeter schrie,
Nicht einen Schluck Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
CV-Versie
- Krambambuli, das ist der Titel
Des Tranks, der sich bei uns bewahrt;
Er ist ein ganz probates Mittel,
Wenn uns was Böses widerfährt.
|: Des Abends spät, des Morgens früh
Trink ich mein Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Hielt Jupiter in seinem Reiche
jetzo ein stattliches Banket;
Wenn unter der geweihten Eiche
Das Göttervolk Redouten hätt',
|: Er gäbe nach der Symmetrie
erst Necktar, denn Krambambuli. :|
- O! wär Homerus noch am Leben,
Und Flackus und Anakreon,
Wie würden sie dich nicht erheben,
Du trügst den Eichenkranz davon,
Catull schrieb eine Elegie
Zum Lobe des Krambambuli.
- Ist mir der Wechsel ausgeblieben,
hat mich das Spiel labet gemacht;
hat mir mein Mädchen nicht geschrieben,
wird mir ein Trauerbrief gebracht,
dann trink ich aus Melancholie
ein volles Glas Krambambuli.
- Braust mirs im Kopf, druckt mich der Magen,
Vergeht mir Appetit und Lust,
Wenn mich die Flatulentzen plagen,
hab ich Catharr auf meiner Brust,
statt der Mixtur der Medici
gebrauch ich den Krambambuli.
- Bin ich im Wirtshaus abgestiegen
Gleich einem großen Kavalier,
Dann lass ich Brot und Braten liegen
Und greife nach dem Pfropfenzieh'r,
|: Dann bläst der Schwager tantari
Zu einem Glas Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Wär ich zum grossen Herrn geboren,
Wie Kaiser Maximilian,
Ich hätt' ein Ordensband erkoren,
Und stickte die Devise dran:
Toujours gaillard et sans souci,
C'est l'ordre de Krambambuli.
- Sollt ich dereinst zur Hochzeit schreiten,
Mit einer tugendhaften Braut,
So laß ich kein groß Mahl bereiten,
Wenn mich der Priester angetraut,
So geb ich ohne Cer'monie,
Coffe, Biscuit, Krambambuli.
- Wer wider uns Krambambulisten
Sein hamisch Maul zur Mißgunst rümpft,
Den halten wir fur keinen Christen,
Weil er auf Gottes Gabe schimpft,
|: Ich gab ihm, ob er Zeter schrie,
Nicht einen Schluck Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Ihr dauert mich, ihr armen Toren,
die ihr nicht liebt, trinkt keinen Wein:
Zu Eseln seid ihr hier geboren,
Und droben wollt ihr Engel sein,
|: Sauft Wasser, wie das liebe Vieh,
Und meint, es sei Krambambuli,
Krambimbambambuli, Krambambuli! :|
- Krambambuli soll mir noch schmecken,
wenn jede andre Freude flieht,
will schon der Knochenmann mich schrecken,
ich singe dennoch froh erglüht
|: und trink mit ihm in Kompanie
das letzte Glas Krambambuli. :|
Estland
Deze versie vinden we in 2014 terug in Üliõpilaslaulik, uitgeven door de Universiteit van Tartu.
De tekst werd naar het Ests vertaald door J. Uluots, die rond 1913 oprichter was van de studentencorporatie Rotalia aan de Universiteit van Sint-Petersburg.
- Krambambuli on joogi nimi,
mis vahul klaasides meil keeb.
On hästi proovitud ta abi,
kui keegi meile kurja teeb.
Ma hilja õhtust koiduni
sest klaasist joon Krambambuli,
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli!
Kas on see nii? Jah, muidugi!
Me ülim jook? Krambambuli!
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Kui astun kõrtsi leti taha
nii nagu rikas kaubamees,
ei leiba, liha ma siis taha,
sest pudel märjukest on ees –
ja kõht mul laulab tantari, (bis)
sest klaasis on Krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Kui pea mul haige, kõhus value
ja söögiisu kadunud,
kui nohu raskust ma ei talu,
katarr on kopsu tunginud,
ei lohuta mind medici – (bis>
ma joon üks klaas krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Oh oleks suurest soost ma tõusnud
kui keiser Maximilian,
ma oleks lippu kõrgel hoidnud
ja selle peale kirjutand:
"Toujours fidèle et sans souci, (bis)
c'est l'ordre du Crambambouli! (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Kui mängulaual kaotan raha
või veksel alles maksmata,
ei pruut mull' kirja saata taha
või surmasõnum postiga,
siis kurbuses ma põhjani (bis)
joon klaasitäis krambambuli (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Oh kui nüüd vaesed isad, emad
teaks pisut poege puudustest
peast silmad nutaksivad nemad
ja kahvataksid kurbusest,
kuid siiski joovad filii, (bis)
sest bene on krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Kui vabadust ma hoidma tõttan
ja sünnimaa eest võitlema,
ma halja mõõga kätte võtan,
mu kõrval sõber seisab ka.
Siis ütlen tal: "Mon cher ami, (bis)
veel enne klaas krambambuli!" (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Kui tudengil ei ole raha,
ta laenab seda jällegi.
Ning mõtleb: kõigil ilmas paha,
nii minul kui ka sandilgi,
Sest nõnda käib filosofii, (bis)
mis äratab krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Te rumulad, kes ei joo viina,
ei salli teid ja kahju teist!
Siin maa peal tunnete tõest' piina
ja aevas saavad inglid teist!
Vett joote nagu veisedki, (bis)
teil tundmatu krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
- Kes omad autud lõuad avab
krambambullaste laituseks,
see Taevaisa andi haavab,
ei teda pea me kristlaseks,
ja tall' ei anna iialgi (bis)
üht tilgakest krambambuli. (bis)
Krambim-bam-bambuli, Krambambuli! (bis)
Litouwen
- Krambambolis - tai palikimas
Ką gėrė mus tėvai,
Vienintelis yra linksmumas,
Kai susirenka draugai.
- Refrein:
- Refrein:
- Ėėėė juuuuuliiiiii
- Tuomet, kai mes juli juli,
- Kai išgeriam krambambolį,
- Kram krim krambambolį, krambambolį.
- Po šimts velnių krambambolį,
- Po šimts velnių krambambolį,
- Kram krim krambambolį, krambambolį.
- Ėėėė juuuuuliiiiii
- Tėvelis rašo sūnui laišką:
- Ar mokslus jau baigei?
Sūneliui viskas yra aišku,
Tik su pinigu blogai.
- Jei kartais tenka užvažiuoti
Į blaivią arbatinę,
Negalim mes net papietauti
Nepažvelgę į degtinę.
Nederland
Een Noord-Nederlandse vertaling wordt reeds vermeld in Studenten-Typen XI: Flanor van Klikspaan door Johannes Kneppelhout, uit 1841. De drank Krambambouli was echter al voor 1835 bekend bij de studentenverenigingen in Leiden.
- Crambamboeli, dat vocht der vochten,
Is de eigenlijke panacee,
Die oudtijds de alchimisten zochten,
De beste drank bij wèl en wee.
't Zij 'k avondrood of morgen zie, (bis)
Ik drink mijn gras Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Heb 'k pijn in 't hoofd, in de ingewanden,
Heb ik geen smaak in spijs of drank,
Voel ik mijn maag als sulfer branden,
In één woord heel mijn corpus krank,
Wat geef ik dan om Medici? (bis)
Ik drink mijn glas Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Is mij een wissel uitgebleven,
Gaf nimmer 't lot mij nog emblé,
Heeft mij mijn liefste niet geschreven,
Of bragt de post een doodbrief mee.
Dan drink ik uit melancholie, (bis)
Een vollen kelk Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Zijn des Studenten maffen rari,
Hij pakt zijn hospes bij het haar,
En denkt: het is toch alles lari,
Van ons tot op den bedelaar!
Want dat is de philosophie, (bis)
Gezuiverd met Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- O, konden de oudelui eens weten,
Hoe 't zoontje, in plaats van daaglijks brood,
Zelfs zijn crediet heeft opgegeten,
Zij weenden vast hunne oogen rood!
Terwijl doen zich hun filii (bis)
Te goed bij hun Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Wat leeft gij, ploerten, toch bedonderd!
Gij hebt geen meisje, drink geen wijn;
Gij zijt tot ezels afgezonderd,
En, namaals wilt gij englen zijn!
Drinkt 't vuile water uit de Schie, (bis)
En houdt het voor Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Nog zal Crambamboeli mij smaken,
Als iedre vreugdster is getaand,
En ik Vriend Hein reeds zie genaken,
Die mij tot laatste huishuur maant.
Ik drink met hem in compagnie, (bis)
Mijn laatste glas Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
Op de vijfde strofe bestaan twee varianten:
- Kon moederlief eens even weten,
Hoe de eersteling van haren schoot,
Zelfs zijn crediet heeft opgegeten,
Zij weende vast hare oogen rood!
Terwijl doen zich hun filii (bis)
Te goed bij hun Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- Kon moederlief eens even weten,
- O, konden de oudelui eens weten,
Hoe 't zoontje, in plaats van daaglijks brood,
Welk aantal heeren, klein en groot,
Hen ras zal, meer dan vlier, doen zweeten.
Terwijl doen zich hun filii (bis)
Te goed bij hun Crambamboeli! (bis)
Crambambambamboeli, Crambamboeli! (bis)
- O, konden de oudelui eens weten,
Polen
In Polen bestaan verschillende versies van het lied Krambambouli. Bij de beschrijving lezen we dat het om een vertaling door L. Lewestam gaat van een Duitse hymne van Wittekind, ter ere van een soort wodka uit Gdansk.
Czapka versie
- Krambambuli to sławny trunek, wielbiony przez każdego z nas,
Najlepszy sposób na frasunek, wypróbowany w każdy czas.
Wieczorem lub gdy rano mgli, ja piję wnet Krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Gdy ckliwo w sercu lub w żołądku, gdy czuję katar w piersi mej
To siadam sobie w knajpce, w kątku i zaraz mi się robi lżej,
Bo wnet osusza moje łzy pełniutki dzban krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Ach, gdyby rodzice to wiedzieli jak tu ich dziatkom płyną dni,
To by z boleści oniemieli i w oczach by im błysły łzy.
Bo dziatki w knajpkach pędzą dni i piją wciąż krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Nie dotarł weksel ojca do mnie, za to pieniądz poszedł na gry,
znów nie pisało me kochanie, żałobę niesie poczta mi.
Więc piję ja z melancholii pełniutki dzban krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Ojczulek pisze list surowy: synalku, czyś ty gotów już
O tak papeczko jam gotowy, lecz z pieniążkami ani rusz!
Bo kieszeń oczyściły mi badania nad krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Kto przeciw nam krambambulistom, do góry hardo nosa drze,
My go nazwiemy antychrystem, że dary Boże ganić śmie.
Jak proste bydlę wodę czci i nie chce znać krambambuli,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Pradziad dziadkowi oddał w spadku przepis na krambambuli,
Ojciec ten przepis wziął po dziadku i mnie go oddał mówiąc mi:
Gdy zmęczy cię już życia znój powróci dawny humor twój,
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- Krambambuli, ja dzieciom w spadku oddam i będą wdzięczne mi,
A wnuk mój z czcią mówiąc o dziadku powie on pił krambambuli
Niech w moim rodzie wiecznie tkwi szacunek dla krambambuli
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli!
- A gdy nadejdzie koniec życia, gdy dojdę kresu moich dni,
Na łożu śmierci do wypicia dzban podajcie mi krambambuli
I miast requiem piejcie mi piosenkę o krambambuli
Kram-bim-bam-bambuli, Krambambuli.
Corps versie
- Gdy ckliwo w sercu i żołądku ,
A boleść czuję w duszy mej ,
Zasiadam sobie w knajpie w kątku
I zaraz mi się robi lżej .
Bo tam osusza moje łzy
Pienisty dzban krambambuli
Krambimbambambuli, krambambuli.
- Ojczulek pisze list surowy :
"Ach synku mój, czyś gotów już?"
"Tak ojcze jam jest już gotowy ,
Lecz bez gotówki ani rusz" .
Bo kieszeń wysuszyły mi
Badania nad krambambuli
Krambimbambambuli, krambambuli .
- Żeby rodzice to wiedzieli
jak ich synkowie pędzą dni ,
Toby ze zgrozy oniemieli ,
A w oczach im stanęły łzy .
Bo my wołamy hej-duli ,
Podajcie nam krambambuli
Krambimbambambuli, krambambuli
- Kto przeciw nam, krambabulistom
Jak podłe bydlę wodę ssie ,
Tego nazwiemy antychrystem
I zgodnie wyrzeczemy się .
Bo my wołamy hej-duli ,
Podajcie nam krambambuli
Krambimbambambuli, krambambuli.
- Równego mielim Oldermana ,
A cóż to za morowy gość ,
Z fuksami pijał aż do rana
I nigdy nie powiedział "Dość" .
I wołał tylko: "Pić się chce"
"Ach pić się chce !" (bis,ter)
Rusland
Er is ook een Russische vertaling van het lied bekend van de dichter Nikolaj Michajlovitsj Jazykov, die in de jaren 1820 studeerde aan de Universiteit van Dorpat (nu Tartu in Estland).
- Крамбамбули, отцов наследство –
Любимое вино у нас
И утешительное средство,
Когда случится что подчас,
|: Тогда мы день и ночь, люли,
Готовы пить Крамбамбули!
Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
- Когда случится нам заехать
На грязный постоялый двор,
То не садясь ещё обедать,
Мы к рюмкам обращаем взор.
|: Тогда мы день и ночь, люли,
Готовы пить Крамбамбули!
Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
- Когда гусарского корнета
К дуэли вызываю я,
Не бравши в руки пистолета,
Я говорю: «Душа моя,
|: Готов я драться до крови;
Сперва подай Крамбамбули!» Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
- Когда придётся мне вступиться,
За честь рапиру обнажить,
Готов всегда с врагом я биться,
Пусть только друг при мне стоит.
|: Ему шепчу: «Mon cher ami,
Стегни-ка мне Крамбамбули!»
Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
- Когда бы барином я жил бы
Иль потентатом крупным стал,
То я бы орден учредил бы
И на указе написал:
|: «Toujours fidèle et sans souci –
C'est l'ordre du Crambambouli».
Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
- Кто нас бранит или ругает,
Не хочет с нами в мире жить,
Тот ничего не понимает;
Ему бы лишь «Verschaltes» пить;
|: Из них же нас кто не проси,
Не будет им Крамбамбули!
Крам-бим-бам-бамбули, Крамбамбули! :|
Verenigd Koninkrijk
Het Scottish Students' Songbook uit 1891 bevat een vertaling door prof. John Stuart Blackie.
- Crambambuli, that is the liquor,
That fires the blood, makes bright the brains, Tra-li-ra!
My panacea's in the beaker,
For ev'ry ill that earth contains, Tra-li-ra!
At morning bright, at noon, at night, (bis)
Crambambuli is my delight. (bis)
Crambimbambambuli, Crambambuli! (bis)
- When on the road mine host receives me
Like some great lord or cavalier, Tra-li-ra!
No fuming roast or boil deceives me,
"What, garçon, ho! – the cork-skrew here!", Tra-li-ra!
Then blows the guard his taranti, (bis)
To my good glass Crambambuli. (bis)
Crambimbambambuli, Crambambuli! (bis)
- When queasy qualms torment me sadly,
As some vile imp my soul possessed; Tra-li-ra!
When heaped distempers goad me madly,
Colds in my head, coughs in my breast – Tra-li-ra!
Sir Doctor, devil take your drugs! (bis)
Why, don't you see our merry mugs (bis)
Bright with Crambambuli, Crambambuli! (bis)
- Were I the Kaiser Maximilian,
A noble order in the land, Tra-li-ra!
I'd make, and write in bright vermillion
This motto on a silver band – Tra-li-ra!
"Toujours fidèle et sans souci, (bis)
C'est l'ordre de Crambambuli, (bis)
Crambimbambambuli, Crambambuli! (bis)
- When to my pay my purse is debtor,
By bowls and billiards cleaned out quite; Tra-li-ra!
When brings the post a black-sealed letter,
Or my dear girl forgets to write; Tra-li-ra!
I drink, from sheer mélancholie,
A little glass Crambambuli,
Crambimbambambuli, Crambambuli! (bis)
- Whoso at us Crambambulisten
Proudly turns up his churlish nose, Tra-li-ra!
He is a heathen and no Christian,
For God's best gift away he throws; Tra-li-ra!
The fool may bawl himself do death, (bis)
I will not give, to stop his breath, (bis)
One drop Crambambuli! Crambambuli!!! (bis)
Vlaanderen
Op dezelfde melodie als Krambambouli werd door H. Persijn het lied Jan Geerstegraan geschreven. Het lied komt voor in het Liederenboek der Belgische studenten uit 1901. Net zoals in de Duitse versie worden de laatste twee regels herhaald.
Emiel Vliebergh (ca. 1902)
De Vlaamse vertaling van dit lied werd waarschijnlijk geschreven door prof. Emiel Vliebergh in het begin van de twintigste eeuw, hoewel het vaak toegeschreven wordt aan Jef Vanden Eynde. Het refrein is "Krambimbambambouli, Krambambouli!", maar in tegenstelling tot de Duitse versie wordt in Vlaanderen vaak enkel het refrein herhaald.
Tekst: Naar Duits
Melodie: Christoph Friedrich Wedekind (1709-1777) in 1745
- Krambambouli zo wordt geheten
Dat schuimend blond studentennat.
Wie zou d'r op d'aarde iets beters weten
In alle pijn en smart als dat?
Van 's avonds laat tot 's morgens vroeg
Drink ik mijn glas krambambouli
Krambimbambambouli, krambambouli.
- En brandt mijn hoofd en mijne wangen,
Of breekt mijn herte van verdriet,
Of krult mijn maag in duizend tangen
Of bibbert 't lijf gelijk een riet,
Ik lach met al de medici
En drink mijn glas krambambouli, enz
- War' ik als edelman geboren,
Keuzer zoals Maximiliaan,
Ik stichtte een orde uitverkoren
En als devies hing ik daaraan,
Toujours fidèle et sans souci
C'est l'ordre du Crambambouli, enz.
- Is moeders geld nog uitgebleven
En heb ik schulden met de macht,
Heeft 't zoete lief me niet geschreven
De post van thuis droef nieuws gebracht,
Dan drink ik uit melancholie,
Een schuimend glas Krambambouli, enz.
- En is mijn geld al naar de donder
Dan peezuig ik van elke schacht,
Al heb ik geld, al zit ik zonder,
Eens wordt 't heelal tot stof gebracht.
Want dat is de filosofie
Naar den geest van Krambambouli, enz.
Steven Coesemans v/o Jäger (2018)
In 2018 schreef Steven Coesemans v/o Jäger ter ere van de Krambamboeliavond bij LHC Plutonica een nieuwe tekst. In deze versie worden de laatste twee regels herhaald zoals in de oorspronkelijke Duitse versie.
- Krambambouli, 'k wil van u zingen
Dus Muzen, spoedt u ras naar mij
Op fonk'lend-vermiljoenen zwingen
Heft aan het lied en staat mij bij!
Geeft mij de stof, de melodie
Voor 't zingen van krambambouli
Krambimbambambouli, krambambouli.
- Gij blinkend-donkerrode schone
Gij troost, geluk en medicijn
Gij ambrozijn, gij drank der goden,
Wel zou ik doctor willen zijn
In d'alcoho-theologie
De studie van krambambouli
- Gij maakt de lome weer jolijtig
Van loden droef'nis goud vertier
De luie slaper maakt weer vlijtig
Het brandend levenselixir
Het ware doel van d'alchemie
Was't brouwen van krambambouli
- De vlam in koude winternachten,
Gestookt uit suiker, rum en wijn
Vervult mij met zijn wonderprachten
Hier zou ik altijd kunnen zijn
Doorvloeid van camaraderie
Maar vooral van krambambouli
- Het pad naar hogere regionen
Wordt door karmijnen drank gesmeed
Ja in uw Rijk, daar wil ik wonen
Aan u zweer ik mijn hoogste eed
Want ik verkies de monarchie
Van d'edele vorst Krambambouli
- Mijn vrienden, gij krambamboulisten
Het vuur is warm, de drank is klaar
Dien wij het hele jaar al misten
Maar eindelijk is de tijd weer daar!
Besluit deze ceremonie
Met 't drinken van krambambouli!
Opnames
- Krambambuli, Der Tröterich, Duitsland
- Krambambouli, Fraternitas Arctica, Letland
- Krambambouli, KVHV Cantor, Vlaanderen
- Krambambuli, Studentenlieder, Duitsland
- Krambambouli, 't Vat, Vlaanderen
