Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan
Geschiedenis
Het Taalminnend Studenten Genootschap ‘t Zal Wel Gaan werd in 1852 opgericht te Gent onder de leuze “Klauwaard en Geus”. haar leden, " ‘t Zallers " genoemd, zijn de vrijdenkers van de Universiteit Gent (UGent). Ze staan vooral bekend om hun tegendraadsheid, hun kritische geest en ja, hun historische strijd tegen de zogeheten tsjeven.
Aangezien ‘t Zal de oudste nog bestaande studentenvereniging is van Vlaanderen, is er een rijke geschiedenis en zijn er talloze tradities die zich – soms in eigentijdse vorm – nog steeds manifesteren. Ze put hiervoor uit de vrijzinnige, orangistische, liberale, taalminnende, humanistische, progressieve, feministische, antifascistische en anarchistische idealen die haar leden sinds 1852 in wisselende golven hebben uitgedragen.
Vandaag verenigt ’t Zal studenten die over de hokjes van religie en politieke ideologie willen kijken. Elke dinsdagavond komen zij samen voor lezingen en debatten bij kaarslicht onder de leuze “niemands knecht, niemands meester!” of ook wel “nie geluve!”. Vaak nodigen ze een spreker uit die een bepaald gespreksthema inleidt, waarna het grootste deel van de avond voor discussie gereserveerd is.
’t Zal is lid van het Politiek en Filosofisch Konvent (PFK), dat de politieke, filosofische en levensbeschouwelijke verenigingen aan de UGent groepeert.
1852 – 1902: GEBOORTE VAN KLAUWAARD EN GEUS
De oorsprong van ‘t Zal Wel Gaan ligt bij drie leerlingen van het Gentse atheneum aan de Ottogracht. In 1852 richtten zij onder invloed van hun leraar Heremans, later de eerste hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Gentse Rijksuniversiteit, een Vlaamse en vrijzinnige kring op. Stichtend lid Julius Vuylsteke transporteerde dit initiatief vervolgens naar de universiteit, waar in het academiejaar 1853-1854 het Taalminnend Studentengenootschap ‘t Zal Wel Gaan ter wereld kwam.
Het jonge ’t Zal wijdde zich in haar beginjaren hoofdzakelijk aan het ondersteunen van de ontluikende Vlaamse beweging en het vrijzinnig verzet tegen de macht van de katholieke kerk. Het motto van ’t Zal, ‘Klauwaard en Geus’, drukte deze tweeledige bekommernis uit. ’t Zal mengde zich onder meer in de verdediging van een aantal professoren aan de Gentse universiteit toen deze in conflict kwamen met de kerk, vanwege de inhoud van hun vakken, en petitioneerde de universiteit voor het inrichten van Nederlandse vakken. In 1858 ontstond er daarnaast heel wat opschudding toen de jonge tzaller Adolf Dufranne, die samen met Emiel Moyson aan de wieg van de Gentse vakbondbondsbeweging stond, als eerste in België burgerlijk begraven werd. De dubbele strijd voor Klauwaard en Geus zal gedurende de geschiedenis van ‘t Zal een belangrijke rol blijven spelen, hoewel elke generatie zich op een andere manier tegenover de Vlaamse beweging en de vrijzinnigheid zou verhouden.
Al meteen kropen de leden van ’t Zal Wel Gaan ook in hun pen. Zij publiceerden in 1854 de eerste van een lange reeks literaire almanakken, met daarin essays, kortverhalen en gedichten van zowel serieuze als ludieke aard. In 1857 werd door de kerk een ban afgeroepen over deze almanakken, een vonnis dat door ’t Zal algauw werd verwerkt in allerhande teksten, liedjes en rituelen.
Vanaf 1870 werden de tijden steeds woeliger: de Frans-Duitse oorlog, de commune van Parijs, de schoolstrijd, en de teloorgang van de Eerste Internationale zorgden ook aan de universiteit voor een verdieping van de politieke tegenstellingen. Ondertussen namen echter ook de studentenaantallen toe, en het ledenbestand van ’t Zal, hoofdzakelijk afkomstig uit de liberale burgerij, kende een gestage groei. Vooral de periode rond 1885 was van bijzonder belang voor de vereniging, toen zij zich actief mengde in de maatschappelijke strijd. ’t Zal maakte deel uit van de voorhoede die pleitte voor Nederlandstalig hoger onderwijs, en vocht mee voor de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht.
In 1885 werd ook de Bond der Oud-Leden (BOL) van ’t Zal Wel Gaan opgericht. Deze BOL moest renteloze studieleningen uitschrijven aan armlastige studenten, maar had als voornaamste opdracht toch de ondersteuning en continuïteit van het studentengenootschap.
1902 – 1952: OORLOG EN ROERIGE VREDE
In 1904 leidde de strijd voor Nederlandstalig hoger onderwijs tot een schisma binnen ‘t Zal. Aangezien in het parlement enkel de christendemocraten, bij monde van priester Fonteyne, een vernederlandsing van het hoger onderwijs genegen waren, stelden een aantal ’t Zallers voor om deze Vlaamsgezinden te steunen. De motie haalde het niet, wat tot het vertrek leidde van een aantal leden die vervolgens ‘Ter Waarheid’ oprichtten.
Verschillende van deze dissidente ex-’t Zallers speelden later een rol in het activisme van de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die diepe wonder sloeg onder de vrijdenkers. Veel leden en oud-leden stierven aan het front, en de vereniging werd verscheurd door debatten over het activisme en de frontpartij. Zo was er een hoogoplopende ruzie tussen de studentenvereniging en haar Bond der Oud Leden, toen de BOL weigerde om ’t Zallers die lid waren geweest van de frontpartij op te nemen in haar rangen. Doorheen het interbellum zouden deze debatten echter naar de achtergrond verschuiven. Ten dele omdat de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit eindelijk werd beslecht (in 1923 halfslachtig, in 1930 volledig), maar ook omdat de Vlaamse beweging in toenemende mate besmet werd door het opkomend fascisme. ’t Zal evolueerde naar een politiek heterogene vereniging die verschillende progressieve strekkingen bij elkaar bracht, gaande van liberalen tot socialisten en communisten.
Tijdens de jaren dertig werd ’t Zal dan ook een uitgesproken antifascistisch bastion. Verschillende leden vertrokken naar Spanje om aan de kant van de republikeinen te vechten in de burgeroorlog; twee ’t Zallers werden vermoord door de Franquistische milities. Wanneer de vereniging tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgens werd verboden door de Duitse bezetter, gingen verschillende leden en oud-leden in het actief verzet. Een aantal van hen werd doodgemarteld, geëxecuteerd of naar de kampen gestuurd.
1952 – 2002: VERANDERING EN PROTEST
In de jaren na de wereldoorlogen vormden antifascisme en vrijzinnigheid het bindmiddel tussen de verschillende politieke strekkingen die ’t Zal intern verdeelden. Tekenend voor deze diversiteit was dat ’t Zal in deze periode zowel lid werd van de International Union of Students als van de World Union of Students. Deze eerste entte zich op het communisme, terwijl de World Union net sterk Amerikaans georiënteerd was. De maatschappelijke energie van de vereniging ging in deze periode hoofdzakelijk naar de schoolstrijd, die zij mee voerde in woord en ook daad, door mee te manifesteren en af toe op de vuist te gaan met leden van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond.
Tijdens de jaren ’60 werd ’t Zal bevangen door de antiautoritaire tijdsgeest, en trad er een sterk anarchistische periode aan. De leden, toen hoofdzakelijk kunstenaars en hogeschoolstudenten, voegden aan ‘Klauwaard en Geus’ het motto ‘Geen God Geen Meester’ toe, en er ontstond binnen ’t Zal een vleugel van de provobeweging. Deze generatie ageerde tegen de consumptiemaatschappij en voor seksuele ontvoogding, en was bezeten door de politiek-filosofische Drievuldigheid van haar tijd: de revolutie in Cuba, de oorlog in Vietnam en het existentialisme. Het bestuur werd afgeschaft, en de macht kwam volledig te liggen bij de algemene ledenvergadering.
Provo werd in 1967 ontbonden, teleurgesteld door de autoritaire tendensen van de communistische student-kameraden en het consumptiekapitalisme van de arbeiders. Ook binnen ’t Zal ontwaakten deze schisma’s: een groot aantal leden was het niet meer eens met de apolitieke stellingname van ’t Zal. Zij verlieten de vereniging en sloten zich aan bij trotskistische en maoïstische studentenbewegingen. Deze uittocht werd gecompenseerd door de aanwas van een nieuwe generatie, die zich net wel kon vinden in het apolitieke elan van ’t Zal.
Op 11 januari 1967 wordt het traditioneel verkozen bestuur afgeschaft en wordt alle macht overgedragen aan de ledenvergadering. Functies blijven bestaan maar er is geen macht aan verbonden. De hierna vermelde personen hebben de functie uitgeoefend van: voorzitter van de ledenvergadering en/of vertegenwoordiger in het PFK en/of verantwoordelijke uitgever van het tijdschrift. Dit is eigenlijk niets nieuws want reeds van bij de oprichting bestond er "een zachte anarchistische onderstroom waarbij – in een collegiaal comité - iedereen om beurt vergaderingsvoorzitter was" (Prof. Dr. H. Balthazar, "Uit het verleden van de R.U.G. nr. 3 – Het TSG ’T Zal Wel Gaan (1852-1977)", Gent Archief R.U.G, 1977).
In de tweede helft van de jaren ’70 nam de belangstelling echter af, tot er eind jaren ’70 nog maar een handvol ‘t Zallers overbleven. De ondersteunende rol van de Bond der Oud Leden werd in deze periode voor het eerst existentieel: om de vereniging te redden begon ze dan zelf maar leden te ronselen. Deze interventie had succes, en ‘t Zal kende aan het begin van de jaren ’80 een nieuwe hoogtepunt. In 1981 verscheen voor de eerste keer in jaren weer een almanak, en onder impuls van Tom Lanoye richtten de studenten een literair tijdschrift op, ‘t Zwarte Gat. ’t Zal en BOL reikten in 1979 ook de eerste Geuzenprijs uit. Deze prijs was (en is) bedoeld als “een hommage aan signalen van het creatief vermogen van de vrije, kritische geest en als bijdrage tot de uitstraling van een volwassen, ongecompliceerde vrijzinnigheid”. Laureaten werden gekozen “onder hen die, zonder daarom een onberispelijk boegbeeld te moeten zijn, de mond niet willen houden of de pen niet willen breken tegenover alles wat een vrij, open meerdimensionaal leefklimaat in Vlaanderen tegenwerkt of bedreigt”. Deze prijs wordt nog steeds op onregelmatig termijn uitgereikt.
Enkele jaren later doofde deze energie echter weer uit. Vanaf de jaren negentig kwam ‘t Zal terug in een dal terecht, met weinig leden en weinig activiteit. Pas na de millenniumwisseling wist het studentengenootschap zich te herpakken.
‘T ZAL NA 2002
Een aantal jaar na de millenniumwisseling begon ’t Zal weer recht te krabbelen. Opnieuw was het de BOL die er in slaagde om een kleine kring van studenten te enthousiasmeren, een waakvlam die zich vervolgens langzaam verspreidde. Met een mooie cirkelbeweging naar de orangistische wortels van de vereniging, werd deze doorstart geleid door een voorzitster die net als een belangrijk deel van het toenmalige ledenbestand afkomstig was uit Nederland.
Terwijl de rangen aanzwollen, onderging ‘t Zal opnieuw een gedaantewisseling. Misschien vanwege de dominante aanwezigheid van studenten wijsbegeerte, lag de nadruk hoofdzakelijk op ‘nie geluve!’ eerder dan ‘Klauwaard en Geus’. ‘t Zal profileerde zich in de eerste plaats als een vrijdenkerscollectief, als een vrijplaats voor open discussies over politiek, filosofie en al wat er nog restte aan maatschappelijke taboes. In hun nieuwe hoofdkwartier aan de Huidevetterskaai, onder het dak van het bevriende Van Crombrugghe’s Genootschap, werd een wekelijkse agenda vol lezingen, debat en retorisch vuurwerk opgetuigd. Al naargelang de smaak van wie er op dat moment de vereniging bevolkte werd deze aangevuld met ‘filosofische cafés’ dan wel poëzieavonden. Echo’s van het provo-tijdperk weerklonken in het onderzoek naar seksualiteit en taboes (met discussies over polyamorie, BDSM, porno, pedofilie, et cetera), en de algehele nadruk op ‘vrij’ spreken, denken, handelen, liefhebben… De politiek-filosofische samenstelling van het ledenbestand was (en bleef) zeer bont: de website meldde trots dat ’t Zal gefrequenteerd werd door alles van ‘communistische individualisten’ tot ‘porno-verzamelende feministen’ en ‘islamofobe libertairen’.
Buiten haar lokaal was deze viering van kritisch pluralisme zichtbaar in de organisatie van twee Antagonistisch Festivals (in 2014 en 2017-18) en de uitreiking van twee Geuzenprijzen: eerst aan Etienne Vermeersch en Erwin Mortier in 2010, vervolgens aan Dyab Abou Jahjah in 2014 – een keuze die ook binnen de vereniging voor controverse zorgde. Verder was ’t Zal echter relatief onzichtbaar in het publieke debat. Oude politieke breuken staken ogenschijnlijk weer de kop op, maar deze hadden nog maar weinig van doen met de strijd van weleer: een van de belangrijkste interne conflicten betrof het al-dan-niet toelaten van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) tot het Politiek Filosofisch Konvent van de UGent, maar ditmaal draaiden de discussies rond vrijheid van meningsuiting, en het al dan niet ‘tolereren van de intoleranten’. Debatten over de frontpartij en het Flamingant activisme waren nergens te bespeuren.
De wederopstanding van het studentengenootschap, dat in 2012 haar 160e verjaardag vierde, ging ook gepaard met een heropleving van verloren (of vermolmde) tradities, en een opstoot aan talige productie. ’t Zal zong weer uit volle borst mee op de ‘tonzittingen’ (een combinatie van speeches, liedjes en theaterstukjes), beviel in 2012 eindelijk van een nieuwe almanak, organiseerde essaywedstrijden, en publiceerde met enige regelmaat boekjes (zoals De Bergerak), tijdschriften (zoals ‘t Zchrift en de Springstier), en liedjes of ‘bans’. Daarnaast zorgde de instroom van nieuwe leden na een aantal jaar dat ook de BOL weer opleefde. Haar demografisch postuur, tot voor kort een omgekeerde piramide, heeft vandaag de vorm van een zandloper.
Meer recent keert ’t Zal opnieuw sterker de blik naar buiten. De pluralistische traditie werd verder gezet door samen te werken met een breed scala verenigingen, van de Jongsocialisten tot LVSV en Auw La, maar er waaide ook een nieuwe, meer politieke wind. De jongste garde heeft zich geworpen op de strijd tegen reactionair rechts aan de universiteit en daarbuiten, oude vijanden die vandaag in pak en das weer aan kracht winnen, en ze haalde de banden aan met vrijzinnige bondgenoten als Vrij Onderzoek, Hujo en het Vermeylenfonds. Vertegenwoordigers van de BOL zetelen sinds kort ook weer in de Mens.nu.
Misschien wel gedijend bij tegenwind, kan ’t Zal allengs vol zelfvertrouwen een lied zingen dat gepend werd in magerder tijden, bij de vertwijfelde viering van 150 jaar ’t Zal Wel Gaan in 2002: ‘Ook al zijn wij in den ban/maar wel stier of koe of kalfje/ tussen ons flitst de vlam/ ‘t Kan alléén maar in ’t Zal/ Over…nog eens 50 jaar!’
Lied
Melodie: Oranje Boven
- A bas la calotte, à bas la calotte,
A bas les calotins!
A bas la calotte, à bas la calotte,
A bas les calotins!
Ils en auront, des coups de poing sur la gueule,
Ils en auront, autant qu'ils en voudront;
Avec, avec plaisir
Dans les roses
Et dans les bégonias,
C'est la même chose.
Oui, nous allons chasser, ohé
Oui, nous allons chasser, ohé
Oui, nous allons chasser la calotte.
Et la calotte au poteau!
Lijst van voorzitters
Op 11 januari 1967 wordt het traditioneel verkozen bestuur afgeschaft en wordt alle macht overgedragen aan de ledenvergadering. Functies blijven bestaan maar er is geen macht aan verbonden. De hierna vermelde personen hebben de functie uitgeoefend van: voorzitter van de ledenvergadering en/of vertegenwoordiger in het PFK en/of verantwoordelijke uitgever van het tijdschrift.
Dit is eigenlijk niets nieuws want reeds van bij de oprichting bestond er "een zachte anarchistische onderstroom waarbij – in een collegiaal comité - iedereen om beurt vergaderingsvoorzitter was" (Prof. Dr. H. Balthazar, "Uit het verleden van de R.U.G. nr. 3 – Het TSG ’T Zal Wel Gaan (1852-1977)", Gent Archief R.U.G, 1977).
| Jaar | Voorzitter |
|---|---|
| 1854 - 1855 | COGEN Eugeen VUYLSTEKE Julius TEIRLINCK Aug. |
| 1855 - 1856 | Eugeen Cogen VUYLSTEKE Julius DE VOS Ad. |
| 1856 - 1857 | COGEN Eugeen DESCAMS K. VUYLSTEKE Julius |
| 1857 - 1858 | ? |
| 1858 - 1859 | ? |
| 1859 - 1860 | ? |
| 1860 - 1861 | CORNELIS Piet |
| 1861 - 1862 | BLOMMAERT Paul VAN MAELE Alfons GONDRY August |
| 1862 - 1863 | VAN WETTER Polinyce |
| 1864 - 1865 | DE VIGNE Julius DE MEYERE Karel GONDRY Hendrik |
| 1865 - 1866 | DE VIGNE Julius DE MEYERE Karel GONDRY Hendrik |
| 1866 - 1867 | DE VIGNE Julius SABBE Julius MOREL Julius |
| 1867 - 1868 | DE VIGNE Julius BOUTEN Hendrik PRAYON Alfons |
| 1868 - 1869 | PRAYON Alfons HOSTE Ad. KAIZERGRÜBER G. |
| 1869 - 1870 | PRAYON Alfons |
| 1870 - 1871 | PRAYON Alfons |
| 1871 - 1872 | PRAYON Alfons |
| 1872 - 1873 | BEAUFORT Jan |
| 1873 - 1874 | BEAUFORT Jan |
| 1874 - 1875 | ? |
| 1875 - 1876 | VAN DOOSSELAERE L. VAN BOGAERT C. VAN REYBROECK E. |
| 1877 - 1878 | VAN DOOSSELAERE L. |
| 1878 - 1879 | RETSIN Frans |
| 1879 - 1880 | RETSIN Frans |
| 1880 - 1881 | RETSIN Frans |
| 1881 - 1882 | RETSIN Frans |
| 1882 - 1883 | RETSIN Frans |
| 1883 - 1884 | RETSIN Frans |
| 1884 - 1885 | DE BRUYNE Camiel |
| 1885 - 1886 | DUMON Emiel |
| 1886 - 1887 | LOVELING Hendrik |
| 1887 - 1888 | MULDER Jan-Joris |
| 1888 - 1889 | MERTENS Hendrik |
| 1889 - 1890 | DEUNINCK Alfons |
| 1890 - 1891 | BASSE Maurits |
| 1891 - 1892 | DE CAVEL Oscar |
| 1892 - 1893 | DE CAVEL Oscar |
| 1893 - 1894 | TACK P. |
| 1894 - 1895 | SABBE Maurits |
| 1895 - 1896 | RUDELSHEIM M. |
| 1896 - 1897 | SABBE Herman |
| 1897 - 1898 | FRIS Victor |
| 1898 - 1899 | DUMON Oscar |
| 1899 - 1900 | DUMON Oscar |
| 1900 - 1901 | TEMMERMAN Paul |
| 1901 - 1902 | DE DECKER J. |
| 1902 - 1903 | VAN ROY J. |
| 1903 - 1904 | FAURE W. |
| 1904 - 1905 | FAURE W. VERCOUILLIE J. |
| 1905 - 1906 | VERCOUILLIE J. |
| 1906 - 1907 | DE SMET A. VAN DUYSE M. |
| 1907 - 1908 | VERCOULLIE J. |
| 1908 - 1909 | MARTENS Emiel |
| 1909 - 1910 | MARTENS Adr. |
| 1910 - 1911 | MARTENS Ad. |
| 1911 - 1912 | MARTENS Ad. |
| 1912 - 1913 | DE MAN R. |
| 1913 - 1914 | DE BRAEY Jan |
| 1914 - 1915 | DE BRAEY Jan |
| 1915 - 1916 | DE BRAEY Jan |
| 1916 - 1917 | DE BRAEY Jan |
| 1917 - 1918 | DE BRAEY Jan |
| 1918 - 1919 | DE BRAEY Jan |
| 1919 - 1920 | DE BRUYNE F. |
| 1920 - 1921 | DE BRUYNE F. |
| 1921 - 1922 | ? |
| 1922 - 1923 | ? |
| 1923 - 1924 | ? |
| 1924 - 1925 | STICHELMANS G. |
| 1925 - 1926 | STICHELMANS G. |
| 1926 - 1927 | VAN DEN BOGAERT E (?) |
| 1927 - 1928 | ? |
| 1928 - 1929 | VAN WALLE Karel |
| 1929 - 1930 | VAN CANT Leo |
| 1930 - 1931 | LAMBRECHTS Piet WYNANTS Paul |
| 1931 - 1932 | DEBROCK Walter |
| 1932 - 1933 | VAN GANSE Renaat |
| 1933 - 1934 | MICHIELSEN Leo |
| 1934 - 1935 | MORTELMANS Hugo |
| 1935 - 1936 | DE JONGHE Werner |
| 1936 - 1937 | DIERICKX Renaat |
| 1937 - 1938 | MAERTENS Albert |
| 1938 - 1939 | VAN OYE Eugeen |
| 1939 - 1940 | DUPUIS Daniël |
| 1940 - 1941 | ? |
| 1941 - 1942 | ? |
| 1942 - 1943 | ? |
| 1943 - 1944 | ? |
| 1944 - 1945 | SCHOLIERS E. VAN DENDRIESSCHE L. |
| 1945 - 1946 | DELARUELLE F. |
| 1946 - 1947 | CLARA R. |
| 1947 - 1948 | TRALBAUT Ivo PELEMAN G. |
| 1948 - 1949 | GEENS G. |
| 1949 - 1950 | MAU Hendrik |
| 1950 - 1951 | DE LAET F. |
| 1951 - 1952 | VAN VLAENDEREN Rudi |
| 1952 - 1953 | VAN VLAENDEREN R. |
| 1953 - 1954 | VAN BRABANT Piet |
| 1954 - 1955 | SCHOON Herman |
| 1955 - 1956 | VAN HEESTERBEEK Yvan VAN HOUTTE M. |
| 1956 - 1957 | MANNEKENS Georges |
| 1957 - 1958 | BOSSIER Dirk |
| 1958 - 1959 | DE BOEVER Jaques |
| 1959 - 1960 | DE VLIEGHERE Pascal |
| 1960 - 1961 | CORNELIS Piet |
| 1961 - 1962 | VANKEIRSBILCK Roland |
| 1962 - 1963 | DE SCHUTTER Etienne |
| 1963 - 1964 | CASTELYNS Wim |
| 1964 - 1965 | DE PONTHIÈRE Herman |
| 1965 - 1966 | VAN DE CRUYS Siegfried |
| 1966 - 1967 | CLOOSEN Ghislain1 |
| 1967 - 1968 | ROBBROECKX Manu |
| 1968 - 1969 | COOLS Maurice |
| 1969 - 1970 | DE WILDE Brigitte |
| 1970 - 1971 | BELMANS Daniël |
| 1971 - 1972 | DUBOIS Guy |
| 1972 - 1973 | VANDEPERRE Marc |
| 1973 - 1974 | SCHRAEPEN Rosette |
| 1974 - 1975 | DESMET Laurette |
| 1975 - 1976 | TIMMERMANS Dirk |
| 1976 - 1977 | BRUGMANS Erwin |
| 1977 - 1978 | TIMMERMANS Jan |
| 1978 - 1979 | TOCH Rouby |
| 1979 - 1980 | TOCH Rouby |
| 1980 - 1981 | DECLERCQ Georges |
| 1981 - 1982 | TAYART Luc |
| 1982 - 1983 | LANOYE Tom |
| 1983 - 1984 | SNOECK Christophe |
| 1984 - 1985 | HEIRMAN Claudine |
| 1985 - 1986 | SCHILTZ Filip TESSIER Wim |
| 1986 - 1987 | VANDE VEEGAETE Tim |
| 1987 - 1988 | MASYN Yvon |
| 1988 - 1989 | CROMMAR Naval, DELANGHE Philippe |
| 1989 - 1990 | FRANCOIS Philippe |
| 1990 - 1991 | DE BRANDT Ian |
| 1991 - 1992 | RISPENS Maya |
| 1992 - 1993 | VAN THEEMSCHE Achim |
| 1993 - 1994 | RISPENS Maya |
| 1994 - 1995 | MIELANTS Eric |
| 1995 - 1996 | KLIJN Alex |
| 1996 - 1997 | DUYCK Mark |
| 1997 - 1998 | DUPONT Steven |
| 1998 - 1999 | SCHOEPEN Tom |
| 1999 - 2000 | DELAERE Robbie, LUYSSAERT Wim |
| 2000 - 2001 | CEULEMANS Stijn |
| 2001 - 2002 | CEULEMANS Stijn |
| 2002 - 2003 | CEULEMANS Stijn |
| 2003 - 2004 | DONCQ Enoch |
| 2004 - 2005 | DE VLIEGER Eva |
| 2005 - 2006 | DE REGT Mieke |
| 2006 - 2007 | QUINTELIER Katinka |
| 2007 - 2008 | VAN DER VENNET Floris-Tobias |
| 2008 - 2009 | DE BRUYCKERE Anna |
| 2009 - 2010 | VERMAUT Constantijn |
| 2010 - 2011 | LUYCKX Joris |
| 2011 - 2012 | LUYCKX Joris |
| 2012 - 2013 | CARPELS Tijl |
| 2013 - 2014 | GHÉQUIÈRE Gloria |
| 2014 - 2015 | DEPREST Pieter-Jan |
| 2015 - 2016 | DE JONCKHEERE Heleen |
| 2016 - 2017 | DEBEERST Victor |
| 2017 - 2018 | VANDERSCHELDEN Koen |
| 2018 - 2019 | DEVELTER Hannes |
Bronnen
- Cools, Maurice, Geschiedenis van het Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan, 1980 (?)
- Balthazar, Herman, Het Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan (1852-1977), Archief R.U.G., Gent, België, 1977.
- http://www.mota.org (2003)
- https://tzalwelgaan.be/ (2023)
- https://www.ugent.be/nl/univgent/collecties/archief/collectie/studenten/verenigingen/tsg.html (2023)
