Testament van een student
Lied
Tekst: Maurits Boucquey v/o Radman
Melodie: Jef Keurvels, Emiel Hullebroeck
- In het diepste mijner schoven,
Vond ik laatst het testament
Van een jongen, die te Loven
Lange jaren bleef student:
“Gij die hier na mij zult leven,
- Klonk het, - ’k heb op dit papier
U mijn laatsten wil geschreven,
Vóór mijn laatste pinte bier”.
- Refrein::
- Refrein::
- “Maak lawijd gelijk de donder,
- Leuven ruste nooit in vree,
- :|Keer ze daaglijks ’t bovenste onder
- D’oude Petermannenstee!” |: bis
- “Maak lawijd gelijk de donder,
- “’k Laat u op mijn oude kamer,
Neen, te Leuven zegt men “kot”,
Enen stok gelijk ’nen hamer
Hier en daar van ’t vallen bot.
Hij en heeft in geen gevaren
Ooit zijns meesters hand verraân;
Mocht hij u ook lange jaren,
Kloek en trouw ter zijde staan”.
- “’k Laat u nog hetgeen me op aarde
’t Kostbaarste en het liefste was:
Mijne muts die ’t al vervaarde,
En mijn vreugdig pintenglas.
Trek die muts u over de oren,
Draai uw knevels in den wind,
En gaat u in ’t bier versmoren,
Bier uit mijne dekselpint!”
- "Zo geraakt ge aan de oude dagen
Zonder enen enk’len traan;
En vangt dan de wijze, al klagen,
Bij u jeremiaden aan,
Als hij spreekt van brassig leven
Of van schonen tijd verspeeld,
Antwoord: ’k ben er lang gebleven,
Maar ik heb me er nooit verveeld!”
Aanvullende info
Dit lied werd door Maurits Boucquey v/o Radman, een rechtenstudent, geschreven. Vermits het lied in 1899 opgenomen werd in het Studentenliederboek van Karel Heynderickx, en hij in 1897 ook het lied Jan Rolder schreef onder zijn zelfde studentikoze pseudoniem, kunnen we aannemen dat hij ook dit lied rond 1897 schreef. De tekst verscheen voor het eerst in Ons Leven.
De oorspronkelijke melodie is van Jef Keurvels. De melodie zoals we die nu kennen is een latere herwerking door Emiel Hullebroeck.
Het lied gaat over een eerstejaarsstudent die aankomt op kot en een brief van zijn voorganger vindt, waarin deze bij wijze van testament zijn studentikoze bezittingen aan hem nalaat. Deze zijn een stok, een muts en een dekselpint. In de jaren waarin Radman studeerde hadden studenten de gewoonte om een zware wandelstok bij zich te dragen, vaak met een bolvormig uiteinde. Zij beschermden zich hiermee en gebruikten deze als wapen tijdens relletjes met andere studenten.
De Petermannenstee is Leuven, waarvan de inwoners petermannen genoemd werden; verwijzend naar Sint-Pieter die de patroonheilige van de stad is.
Opnames
Bronnen
- Goeyse, Edmond de, O Vrij-Studentenheerlijkheid, Historisch-studentikoze schetsen, Universitaire Pers Leuven, Belgium, Leuven, 1987.
