Vliegerke ('t)

Uit Academia Studentica Wiki - nl
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
't Vliegerke.jpg

Lied

Tekst: Apollinaire Liénart
Melodie Das war in Schöneberg, im Monat Mai

  1. ’k Ben nie al te zot van ’t spel, maar ’k vange gere musschen;
    Marblen, toppen kan ik wel, maar daarin ben ik nie fel!
    ’k Zie tegenwoordig overal, en ook al in mijn strate,
    Jongens schuppen op nen bal, maar ik spele ’t liefst van al:

    Refrein:

    Mee mijne vlieger, mee zijne steert,
    Die gaat omhoge, ’t is ’t ziene weerd;
    ’k Geve maar klauwe, op mijn gemak,
    ’k Heb nog drij bollekes in mijne zak!

  2. Mietje van de koolmarsjant, een meiske uit mijn strate,
    Keurde mijne cerf-volant, en ze had er ’t handje van,
    Want zo rap alsof de wind was ze aan ’t spelen mee mijn klauwen,
    En ze zei: “’t Es ’t spele weerd, want hij heeft ne goeie steert!”.

    Refrein:

    Ja, mijne vlieger, mee... twee bollekes...

  3. Tsjeef liet zijne vlieger op van tsjoepe, tsjoepe, tsjoepe,
    Maar hij stuikt’ op zijne kop, en muile dat hij trok;
    Zijn spankoorde was veel te kort en mee zijn tsietse klauwe,
    En daarbij was zijne steert geen sjieke toebak weerd.

    Refrein:

    Maar mijne vlieger, mee... één bolleke...

  4. Overlaast op ’t St.-Denijsplein, mijne vlieger was aan ’t zweven,
    ’t Er kwam een wijf, een groot venijn, en ze zei: “Da mag nie zijn,
    Hij hangt te veel in mijne weg!”; ze begost eraan te sleuren,
    En op één, twee, drij, pardaf, de koorde schoot eraf!

    Refrein:

    Hij was gaan vliegen, al mee de wind,
    ’k Stonde te schriemen, ’k was maar een kind,
    Mijne bol klauwe, diene ging ne gang,
    Da zal ’k onthouden, mijn leven lang!

Aanvullende info

't Vliegerke is een bekend Gents volksliedje dat vooral bekend werd in de versie van de Gentse kleinkunstenaar Walter De Buck.

De melodie zou echter ontleend zijn aan het Duitse lied Das war in Schöneberg im Monat Mai, komende uit de operette Wie einst im Mai die op 4 oktober 1913 in première ging in het Berliner Theater aan de Charlottenstraße in Kreuzberg. Het was een klucht met muziek in vier scénes, over liefde en trots, over het verhaal van twee Berlijnse families tussen 1838 en 1913. Ze werd geschreven door de componist Walter Kollo. Walter Elimar Kollo ( oorspronkelijk Walter Elimar Kollodzieyski; ° 28 januari 1878 in Neidenburg, Oost-Pruisen; † 30 september 1940 in Berlijn) was een Duits componist. Hij schreef voornamelijk operettes en andere stukken lichte muziek. Het eregraf van Walter Kollo bevindt zich in Berlijn in het district Berlin-Mitte op Sophienfriedhof II bij de ingang van de begraafplaats aan de Ackerstraße. Een gedenksteen daar herinnert aan zijn beroemdste evergreens.

De operette Wie einst im Mai werd in 1961 verfilmd met Peer Schmidt & Liane Croon.

In 1965 brengt Marlene Dietrich haar versie van Das war in Schöneberg uit.

De tekst van '’t Vliegerke' zelf is vermoedelijk van Karel Waeri (1842-1898), een onderwijzer uit Ledeberg bij Gent. Andere bronnen schrijven de tekst toe aan Apollinaire Liénart, een ijzertrekker uit Gentbrugge die als dichter/songwriter veelvuldig gebruik maakte van gekende melodieën uit operettes om er nieuwe, volkse teksten op te schrijven. 't Vliegerke zou volgens deze bronnen rond 1937 geschreven zijn.

In 1971 vereeuwigde Walter De Buck het Gentse liedje. Het groeide uit tot een traditional die onder meer door studentenclubs wordt gezongen op cantussen en door de supporters van AA Gent voor en tijdens de wedstrijd.

Op het eerste zicht lijkt het een loflied op het vliegeren, maar het is niet mis te verstaan als een metafoor voor ontluikende seksualiteit.

Enkele verklarende woorden:

  • Marblen is het volksspel knikkeren.
  • Toppen is het volksspel tollen.
  • Een koolmarsjant is een verkoper van steenkool.
  • Een cerf-volant is het Franse woord voor vlieger, hier in het Gents uitgesproken (niet te verwarren met "cervela", Gentse paardelookworst)
  • Sjieke toebak is pruimtabak.
  • Ik geve klêwe betekent dat hij het touw viert waaraan de vlieger vastgehouden wordt. Het touw zit tussen de handen immers verstrengeld in een "klauw". Telkens de klauw een slag draait, wordt het touw een stukje langer.
  • Sint-Denijsplein is een voormalig plein in Sint-Denijs-Westrem, waar later het vliegveld Sint-Denijs-Westrem werd gebouwd en zich nu Flanders Expo bevindt.

Bronnen